Universiteit Leiden Universiteit Leiden | Bij ons leer je de wereld kennen.

Grip op je gezondheid

Onderzoek

Vanuit verschillende disciplines werken onderzoekers van de Universiteit Leiden samen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen.
U vindt hier een voorbeeld op het gebied van gezondheid en welbevinden.

Overzicht wetenschapsdossiers

Preventie van mentale en lichamelijke ziekte

Gezondheid is een groot goed. Zowel voor een mens als voor de maatschappij: met de preventie van ziekten, zowel lichamelijk als mentaal, kunnen we leed besparen en de stijgende gezondheidskosten bestrijden. Sociale wetenschappers en medici werken in Leiden nauw samen aan onderzoek naar de menselijke geest,  gedrag en fysieke factoren rondom gezondheid en het voorkómen van ziekte.

Preventieve gezondheidszorg gaat over het voorkomen van leed en hogere maatschappelijke kosten. Het omvat gezond eten en meer bewegen, maar bijvoorbeeld ook tijdig medicijnen innemen bij chronische ziekte of ingrijpen bij de eerste signalen dat een kind zich anders ontwikkelt dan zijn leeftijdsgenoten. Het gaat zowel over de menselijke geest en gedrag, als over lichamelijke problemen. Ook bij mensen die al ziek zijn kan aan preventie worden gedaan: door bijvoorbeeld (belastend) medicijngebruik te verminderen of door van te voren goed in te schatten welke complicaties op de loer liggen en daarop te acteren. De scheidslijn tussen preventie en ziekenzorg  wordt daarmee steeds dunner.


Preventief te werk gaan
Het effect van goede preventieve maatregelen is enorm. Uit Leids onderzoek blijkt dat van jonge scholieren die tekenen vertonen van beginnende gedragsproblemen, 75% geholpen is met een snelle interventie. Van de patiënten met type 2 diabetes kan 80% genezen als zij meer bewegen en beter eten. En door een gezondere levensstijl kan 80% van de hart- en vaatziektegevallen voorkomen worden.

Naast deze hoopgevende cijfers heeft het vakgebied op een ander front ook de wind mee. Er is tegenwoordig veel kennis beschikbaar over voorkoming van ziekten, zowel lichamelijke als psychologisch. En preventie past bij de huidige tijdsgeest: mensen willen graag de regie over hun leven. Ze zijn bereid iets te doen om gezond te blijven en zijn ze ziek, dan willen ze graag behandeld worden als mens, niet als aandoening.


Persoonlijke aanpak
Maatwerk is een van de pijlers van goede preventie. De vraag is niet: hoe groot is statistisch de kans dat een kind dat spijbelt en agressief gedrag vertoont, af zal glijden naar de criminaliteit? De vraag is: zal dit kind afglijden? Welke indicatoren geven aan dat dit bij dit specifieke kind staat te gebeuren? Wat zijn de oorzaken van zijn gedrag? En welke zorg past bij die oorzaken?

Dit vergt veelal een totaal andere aanpak dan de klassieke zorg gewend is te leveren. Leiden combineert daarom  fundamenteel onderzoek met toepassing in de praktijk. De interventies die de onderzoekers testen zijn altijd gebaseerd op fundamenteel onderzoek, vaak uit eigen keuken. Andersom spreken de fundamentele wetenschappers altijd met clinici, om te zorgen dat hun onderzoek oplossingen aanlevert voor de problemen uit de praktijk. Zij willen weten waarom een interventie werkt, wat er gebeurt in de hersenen en hoe de interventie verbeterd kan worden. Die samenwerking is uniek aan Leiden.

Decaan van de faculteit Sociale Wetenschappen en hoogleraar Pedagogische Wetenschappen Hanna Swaab: ’We doen in Leiden moeite om elkaars taal te begrijpen. Tien jaar geleden heeft de Universiteit beleid gemaakt om geneeskunde, de bètawetenschappers en sociale wetenschappers met elkaar te verbinden. Dat heeft gewerkt.’


Faculteit der Sociale Wetenschappen
Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC)

Met je gedrag en gedachten je gezondheid beïnvloeden

Psychologische processen hebben een groot effect op het verloop van een ziekte en de effecten van een medische behandeling. Vanuit de psychoneurobiologie houden onderzoekers zich bezig met die wisselwerking tussen lichaam en geest. Zo onderzoeken zij de effecten van stress en de werking van placebo’s en nocebo’s wat kan leiden tot effectieve behandelingen met minder medicijnen.


Placebo en nocebo
De placebo kennen we als nep-pil. Je slikt iets waarvan de arts zegt dat het helpt, en daarom helpt het. Zelfs als je wéét dat het een placebo is. De onderzoeksgroep van hoogleraar Gezondheidspsychologie

 Andrea Evers liet hierbij ook zien dat woorden ook een negatief effect kunnen hebben op iemands klachten of ziekteverschijnselen. De manier waarop een arts een boodschap over een medicijn brengt, blijkt van groot belang. Noemt een arts alle ernstige, maar heel weinig voorkomende  bijwerkingen van een medicijn op bij het voorschrijven, dan is de kans groter dat de patiënt bijwerkingen zal ervaren. Zo’n verergerende factor noemen we een ‘nocebo’. Het proces is ook op MRI-scans te zien in de hersenen.
 

Ook de manier waarop een arts een behandeling of een medicijn voorschrijft is bepalend voor het beter worden van de patiënt.

Ook de manier waarop een arts een behandeling of een medicijn voorschrijft is bepalend voor het beter worden van de patiënt.

Je lichaam conditioneren
De onderzoekers zetten het placebo-mechanisme in om bestaande behandelingen van chronische ziekten te verbeteren, bijvoorbeeld van reuma waarbij patiënten medicijnen moeten slikken die ernstige bijwerkingen kunnen veroorzaken. In samenwerking met de afdeling reumatologie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en andere centra onderzoekt Evers wat een (gedeeltelijke) placebo kan betekenen voor mensen met beginnende reuma. De patiënten krijgen eerst het gebruikelijke reumamedicatie-regime

Bijna 2 miljoen Nederlanders hebben een vorm van reuma.

Bijna 2 miljoen Nederlanders hebben een vorm van reuma.

toegediend. Wanneer hun lichaam hieraan gewend is, wordt een deel van het medicijn vervangen door een placebo. Het doel van het onderzoek is om te laten zien of  het lichaam op eigen kracht ook de reuma kan bestrijden door optimaal gebruik te maken van het placebo-effect. Hoewel het effect altijd tijdelijk zal zijn, zou het wel betekenen dat patiënten een periode lang een lagere dosis medicijnen kunnen slikken, wat de kans op ernstige bijwerkingen aanzienlijk zou kunnen verlagen.


E-health
Samen met het LUMC implementeert Evers ook een innovatief online coachingsprogramma dat de levenskwaliteit van mensen met een chronische ziekte verhoogt en hun beperkingen in het dagelijks leven vermindert. Mensen met chronische aandoeningen hebben vaak veel pijn of last van vermoeidheid, ze moeten regelmatig naar het ziekenhuis en veel medicijnen slikken. Het coachingsprogramma helpt hen om zelf de beperkingen die ze hierdoor ondervinden te verminderen en waar nodig hun levensstijl aan te passen. Evers: ‘Patiënten en artsen zijn er heel enthousiast over. Daar zijn we zeker trots op.’ De coaching vult de medische behandeling goed aan. Evers: ’In de reguliere zorg is iets vaak óf psychisch óf medisch. Wij kijken naar het totaalpakket: het gedrag, de persoonlijkheid, de lichamelijke reacties en de behandeling – alles. Wij kunnen de gezondheidszorg significant verder helpen met deze benadering. Patiënten willen niet alleen maar 

een pil. Ze willen ook graag advies over wat zij zelf kunnen doen, zij willen hulp om hun levensstijl aan te pakken en alles eraan doen om zo gezond mogelijk te blijven.’

Die verwevenheid is eigenlijk heel logisch, vindt Evers. ’We bevinden ons allemaal op een spectrum tussen gezond en ziek. In die zin zijn we allemaal patiënt. Op medisch gebied kunnen we steeds eerder ingrijpen in het ziekteproces, zelfs in een stadium dat mensen zich helemaal nog niet ziek voelen. ‘Preventie’ bestaat dus eigenlijk niet meer.’

Met de e-coach kunnen patiënten zichzelf helpen om zich zo optimaal mogelijk te voelen tijdens hun ziekte maar ook om hun revalidatie zo goed mogelijk te bespoedigen.

Met de e-coach kunnen patiënten zichzelf helpen om zich zo optimaal mogelijk te voelen tijdens hun ziekte maar ook om hun revalidatie zo goed mogelijk te bespoedigen.


Gezonde leefstijl voor iedereen
De adviezen voor gezonde en zieke mensen zijn ook dezelfde: beter eten, meer bewegen. Evers past nu haar psychologische inzichten toe om mensen te ondersteunen bij het aanpassen van hun levensstijl. Straffen werkt niet; belonen wel, en vooral korte termijn belonen. Samen met de Hartstichting werkt ze aan een beloningssysteem waarbij mensen punten sparen door te sporten en groenten te kopen, om korting te krijgen op leuke uitjes, of op een sportschoolabonnement. Evers: ’Maak gezond leven leuk voor iedereen en je bent er.’

Kiezen voor gezond: hoe stimuleren we dat?

Fundamenteel onderzoek leert ons hoe ons brein beslist om nog een dropje te eten in plaats van te gaan sporten. Een publieke voorlichtingscampagne over gezonde levensstijl heeft weinig impact op die beslissing, weet hoogleraar Algemene Psychologie Bernhard Hommel. Hij weet wat wel werkt. Maar willen we daar ook aan?


Wie gezonder wil leven komt voor heel wat obstakels te staan, met name zichzelf. Die groenten moeten niet alleen gekocht maar ook gekookt en gegeten worden. Die sportkleren moeten aan, de voordeur moet open, je moet de deur uit. Allemaal handelingen waar we toe moeten beslissen en die we ook moeten uitvoeren. De onderzoekers van het Leiden Institute for Brain and Cognition onderzoeken hoe we handelen, waarnemen en beslissen.

Zij hebben niet de ambitie om iemand terug te brengen naar “normaal”. Zij bestuderen juist de verschillen tussen mensen, met als uiteindelijke doel middelen te ontwikkelen waar de burger, die anders wil worden, wat aan heeft. De kennis is dus minder geschikt om algemene trainingen  of behandelmethoden op te baseren, maar helpt wel om behandelingen aan te kunnen passen aan de situatie van een individu.


Beweegredenen vaak niet trigger voor besluit
Voor het voorkomen van ziekte is met name de kennis over hoe mensen beslissen van nut . Het Institute for Brain and Cognition heeft onderzoek gedaan naar de hersenactiviteit van proefpersonen terwijl zij beslissingen namen om te kijken of de emotie of de 

ratio bepalend was voor die beslissing. Bij emotionele beslissingen zijn andere delen van de hersenen actief dan bij rationele beslissingen. Het was de eerste keer dat beide processen tegelijkertijd onderzocht werden. Hommel gelooft dat de processen nauw verweven zijn. Maar hij meent ook, dat het besluitvormingsproces heel anders verloopt dan wij zelf denken : ’Iemand besluit bijvoorbeeld: ik neem de trap. Hij meent dat hij die beslissing heeft genomen omdat hij gezonder wil worden. In werkelijkheid is het nadenken over de reden post hoc. We bedenken, nadat een beslissing allang onderbewust genomen is, een verhaal bij onze beslissing om deze aan onze omgeving uit te leggen. De werkelijke trigger voor de beslissing in ons onderbewuste hoeft in dat rationele verhaal niet voor te komen.’

Het ontwerp van een ruimte kan je sturen om de trap te nemen in plaats van de roltrap, zoals in dit station in Hamburg. De meeste mensen hebben dat niet door en bedenken zelf een (logische) reden waarom ze de trap nemen, bijvoorbeeld omdat ze gezond willen doen.

Het ontwerp van een ruimte kan je sturen om de trap te nemen in plaats van de roltrap, zoals in dit station in Hamburg. De meeste mensen hebben dat niet door en bedenken zelf een (logische) reden waarom ze de trap nemen, bijvoorbeeld omdat ze gezond willen doen.


Drop eten
Voor een individu maakt het niet zoveel uit of hij zichzelf een fabeltje vertelt over zijn beslissing of dat hij zich bewust is van de werkelijke trigger. Maar wil de overheid op grote schaal mensen overtuigen om te gaan mediteren, of gezonder te gaan eten, dan doet zich volgens Hommel een probleem voor. ’Mensen zijn niet zo even te overtuigen. Een voorlichtingscampagne kan bepaalde triggers opleveren in de hersenen en een latent streven om gezonder te leven actief maken. Tegelijkertijd vind je nog steeds drop lekker. Je weet dat je er dik van wordt, maar je blijft ervan eten.’

Conditionering werkt goed om het gedrag aan te passen, maar er zijn maar weinig mensen die naar de therapeut gaan om zich te laten conditioneren om meer worteltjes te eten en minder drop.


Wat dan wel?
Wat op grote schaal zou werken, volgens Hommel, is massale druk vanuit de maatschappij. ‘We zijn erg gericht op de rechten van het individu. Iemand mag dik zijn en wij mogen hem niet kwetsen of discrimineren. Maar de beste trigger om te dikke mensen te overtuigen om minder te gaan eten, is tegen hen te zeggen dat ze te dik zijn. Dat is een negatieve trigger, maar ik vrees dat het nodig is om daar een maatschappelijk gesprek over te voeren. We zullen het individualisme moeten inperken als we bepaalde maatschappelijke doelen willen halen.’

Dit soort capmpagnes kunnen mensen laten willen om gezonder te eten maar ze helpen mensen niet om snoep minder lekker te vinden. Beeld: Voedingscentrum

Dit soort capmpagnes kunnen mensen laten willen om gezonder te eten maar ze helpen mensen niet om snoep minder lekker te vinden. Beeld: Voedingscentrum

Vroeg ingrijpen bij gedragsproblemen op school

Maatwerk bij preventie loont, tonen Leidse neuropsychologen aan. Een nieuwe, op fundamenteel onderzoek gebaseerde aanpak van kinderen die dreigen te ontsporen levert spectaculaire resultaten op.


Ieder tweejarig kind vertoont wel eens regeloverschrijdend gedrag. Voor een peuter vinden we dat normaal. Van een ouder kind daarentegen verwachten we een zeker inlevingsvermogen, een vermogen om de sociale omgangsconventies te volgen.

Om de juiste omgangsvormen te hanteren moet een kind ontzettend veel vaardigheden ontwikkeld hebben. Het moet in staat zijn om sociale signalen op te vangen uit zijn omgeving, die informatie razendsnel verwerken en zijn eigen gedrag erop afstemmen. Het moet het effect van zijn gedrag op de ander kunnen voorspellen en zich in een ander kunnen verplaatsen. En het moet in staat zijn om zijn eigen emoties en gedrag te beheersen.


Signalen van een aankomende stoornis
Kinderen die daar niet voldoende toe in staat zijn en veel regeloverschrijdend gedrag, zoals schelden of spijbelen, vertonen,  lopen risico om ernstige gedragsstoornissen te ontwikkelen of zelfs af te glijden naar de criminaliteit. Maar het duurt doorgaans lang voor voordat hulpverlening op gang komt, een diagnose gesteld wordt en de behandeling start. Het gedrag is dan al verergerd en het kind is dan vaak al in aanraking gekomen met de politie.
 

De kracht van het PIT is dat ze geen labeltjes plakken, maar wel direct de hulp geven waar het kind behoefte aan heeft.

De kracht van het PIT is dat ze geen labeltjes plakken, maar wel direct de hulp geven waar het kind behoefte aan heeft.

Leidse Sociale Wetenschappers en de gemeente Amsterdam werken samen in een Preventief Interventie Team (PIT) dat zich richt op kinderen die op school agressief gedrag vertonen. Met toestemming van de ouders wordt het kind op school uitgebreid geobserveerd en getest om de oorzaak van het gedrag te ontdekken. Zit het in de verwerking van sociale signalen? Kan een kind zich wel voldoende inleven in de ander? Of snapt hij het allemaal wel maar kan hij zijn eigen emoties niet de baas?


Geen labeltjes
Zij stellen geen diagnose, maar stellen binnen vier weken een plan van aanpak op dat is afgestemd op de situatie van dat individuele kind, maatwerk dus. Hoogleraar pedagogische wetenschappen Hanna Swaab: ’De reguliere zorg plakt vaak een etiketje op het kind op basis van zijn gedrag, wij kijken naar de factoren die dat gedrag bepalen en kiezen daar de meest succesvolle aanpak bij. Als iemand agressief is omdat hij zijn emoties niet kan beheersen is een heel andere aanpak nodig dan als iemand slecht gezichten kan lezen en denkt dat iedereen die hij tegen komt kwaad op hem is.’ Wij ondersteunen met onze kennis de gezonde ontwikkeling.

De resultaten van het PIT zijn verbazingwekkend. Van deze groep zeer kwetsbare kinderen die vaak onder minder prettige omstandigheden opgroeien vertoont maar liefst 75% na een half jaar veel minder regeloverschrijdend en agressief gedrag. Ter vergelijking: Swaab is ook betrokken bij een project dat op de reguliere manier agressief gedrag bij kinderen aanpakt. De ouders hebben de kinderen zelf aangemeld en zijn dus zeer gemotiveerd. Ook de omstandigheden waaronder de kinderen opgroeien zijn beter. Toch heeft dit project een succespercentage van ‘maar’ 50%. Volgens Swaab is dit vermoedelijk het gevolg van het minder op maat kunnen werken en het langere traject.


Interventie op maat
Het PIT team grijpt snel in en test het kind in de eigen omgeving, op school. Ouders hoeven niet zelf met het kind van hulpverlener naar hulpverlener te trekken en het kind komt nergens op een wachtlijst. De tests die het kind krijgt zijn gebaseerd op de nieuwste inzichten uit neuropedagogisch  onderzoek van de Universiteit Leiden. Die snelheid en expertise dragen bij aan het succes van PIT, meent Swaab. Ook de maatwerk-

aanpak draagt bij. Swaab: ’Het doel van een goede preventieve interventie is niet alleen om de risicofactoren omlaag te brengen en beschermende factoren te versterken, maar ook om een signaleringsstrategie af te spreken zodat tijdig ingegrepen kan worden als de gezonde ontwikkeling van een specifiek kind wel lijkt af te buigen.’

Maatwerk klinkt duur, maar de aanpak zal de maatschappij uiteindelijk winst opleveren, gelooft Swaab. Minder opnames, minder gevangenisstraffen. ’En het kind krijgt waar het kind recht op heeft.’

Het PIT heeft van Gemeente Amsterdam de opdracht gekregen om jeugdcriminaliteit te voorkomen en veiligheid van de stad te vergroten.

Het PIT heeft van Gemeente Amsterdam de opdracht gekregen om jeugdcriminaliteit te voorkomen en veiligheid van de stad te vergroten.

Levensstijl en voeding ter bestrijding van (welvaarts)ziekten

We weten het, maar we doen het niet: gezond eten, meer bewegen, onze stress levels aanpakken en goed slapen. Internist en hoogleraar diabetologie Hanno Pijl is gefascineerd door het effect dat gezond leven kan hebben op de gezondheid. Hij onderzoekt hoe die levensstijl voor patiënten met bijvoorbeeld diabetes aanvaardbaar en vol te houden wordt.


Verkeerde voedingsgewoonten zijn erg lastig te veranderen. We zijn biologisch gedreven om zoete dingen te eten. Calorieën hamsteren was vroeger nodig om te overleven, je wist niet wanneer je volgende maaltijd zou zijn. Tegenwoordig kun je  altijd en overal eten met hoog caloriegehalte krijgen. Daar is ons lichaam niet op aangepast. Ook zijn we niet gebouwd voor stilzitten, maar toch doen we dit volgens de RIVM-leefstijlmonitor bijna 9 uur per dag.

Doktoren staan niet te springen om mensen de chocola uit het hoofd te praten of hen de sportschool in 

De kans op het krijgen van diabetes type 2 wordt onder meer vergroot door ongezond eten,overgewicht en weinig lichaamsbeweging.

De kans op het krijgen van diabetes type 2 wordt onder meer vergroot door ongezond eten,overgewicht en weinig lichaamsbeweging.

te krijgen. Ze hebben tien minuten per patiënt en in die tijd kunnen ze geen wonderen verrichten. Hoewel de behandelrichtlijn voor bijvoorbeeld diabetes stelt dat eerst de levensstijl moet worden aangepakt, schrijven de meeste artsen direct een pil voor.

Of meerdere. Suikerpatiënten op het spreekuur van Pijl slikten soms wel tien pillen op een dag. Dat is met de ernstige bijwerkingen die op de loer liggen niet een leven lang vol te houden. Daarbij pakken die medicijnen alleen de symptomen van de ziekte aan, en niet de oorzaken.


Voedingsschaarste creëren
Pijl wilde hier iets aan doen en zette een onderzoek op dat wereldwijd uniek is. Hij test een interventie die

mensen ertoe brengt hun levensstijl aan te passen op zo’n manier dat het vol te houden is en die hun medicijngebruik omlaag brengt. Ervan uitgaand dat het lichaam van de mens gemaakt is om tijden van schaarste aan te kunnen, bouwt hij kunstmatig een kleine week “schaarste” per maand in, in het leven van zijn suikerziektepatiënten. Zij krijgen in die week een doos thuis gestuurd met de etenswaren voor die week, exact afgewogen en voorgeschreven. Ze hoeven dus niet de chocola voorgoed vaarwel te zeggen, alleen voor die ene week.

De ‘diabetes-box’ bevat alles wat een diabetes-patiënt  gedurende vijf dagen mag eten.

De ‘diabetes-box’ bevat alles wat een diabetes-patiënt gedurende vijf dagen mag eten.


Overlevingsmechanisme activeren
Een week schaarste spoort lichaamscellen aan om over te schakelen van groei en vermenigvuldiging naar overleven:ze gaan schade herstellen en afvalstoffen opruimen. Het zijn die afvalstoffen die ontstekingsreacties in gang zetten. Chronische ontstekingen, is de gedachte, dragen bij aan het ontstaan van suikerziekte. Door dit chronische ontstekingsproces even te onderbreken kan het lichaam herstellen en kan het medicijngebruik omlaag.

De interventie van Pijl is gebaseerd op fundamenteel onderzoek van de Amerikaan Valter Longo, met wie hij nauw samenwerkt. Bij dieren lukte het Longo om op deze manier diabetes helemaal te genezen. Pijls studie moet inzicht geven in de lange termijn effecten van de interventie bij mensen. Is het effect op hun gezondheid echt blijvend? En is dit eetpatroon goed vol te houden?

Pijl hoopt het wel. Een gezonde levensstijl is goedkoper dan medicijnen en de kosten van de gezondheidszorg drukken zwaar op de economie. Hij ziet daarom zelfs een discussie aankomen over wettelijke maatregelen. ‘Er is een grens aan de vrijheid van het individu om zelf te kiezen hoe hij leeft. Die grens bepaalt de wet. Het rookverbod in openbare ruimtes is in mijn ogen dé maatregel waardoor mensen minder zijn gaan roken. Er is een collectief besluit genomen om het roken te beperken. Een zelfde besluit kunnen we nemen om het suikergehalte in voedingsmiddelen te beperken.’ Dat is ook een vorm van schaarste inbouwen.

Gezond ouder worden

Kleine ongemakken zoals stijvere spieren en sneller moe zijn, dat accepteren ouderen. Maar ze willen wel zelfstandig naar de verjaardag van hun kinderen kunnen gaan. Preventieve ouderenzorg helpt mensen daarmee. Het doel is om mensen oud te laten worden met een zo lang mogelijk behoud van hun zelfredzaamheid en zelfstandigheid. Onderzoekers binnen en buiten het ziekenhuis werken samen om behandelingen af te stemmen op de unieke situatie van ouderen.

Ouderen hebben eigen behoeften, eigen kwetsbaarheden. De medische voorgeschiedenis, het dagelijks


leven, de geestelijke gesteldheid en iemands sociale omgeving zijn allemaal factoren om mee te nemen. Al deze zaken grijpen op elkaar in, zegt internist en specialist ouderengeneeskunde Simon Mooijaart: ’Ouderengeneeskunde is een vak apart. Je kunt niet zeggen: iemand heeft borstkanker, en bij borstkanker doen we altijd dit en dat. Een zeventigjarige heeft niet de veerkracht van een veertigjarige. En de ene zeventigjarige is nog heel fit, de andere kan echt geen zware operatie meer aan.’

De ene oudere is de andere niet. Sommige ouderen kunnen sporten en worden daar sterker en veerkrachtiger van. Anderen verslechteren er juist door.

De ene oudere is de andere niet. Sommige ouderen kunnen sporten en worden daar sterker en veerkrachtiger van. Anderen verslechteren er juist door.


Moleculair profileren
Of dat zo is, is te zien aan iemands moleculaire profiel. Moleculaire epidemiologen bestuderen bloed, vet of spieren en maken moleculaire profielen om in kaart te brengen in wat voor staat ouderen zich bevinden. Dat doen ze door te kijken naar bepaalde metabolieten, stofjes die geproduceerd worden tijdens de stofwisseling. Die stofjes geven aan waar de cellen van bepaalde organen mee bezig zijn. Zijn de levercellen aan het delen? Zijn de cellen in de nieren aan het opruimen? Functioneren de spiercellen nog wel goed? Met behulp van de metabolieten is lang voordat iemand fysieke klachten ervaart al te zien of een orgaan nog goed functioneert.

Leidse onderzoekers hebben 220 metabolieten gekozen om standaard te meten bij alle zeventigplussers die het LUMC binnen komen. Dat levert enorm veel gegevens op. De patiënt wordt vervolgens behandeld en de onderzoekers analyseren wat er met hen gebeurt, bijvoorbeeld hoe hij op zijn medicatie reageert. Na afloop kijken ze of het ziekteverloop te voorspellen was op basis van het moleculaire profiel.

Hoogleraar moleculaire epidemiologie Eline Slagboom: ‘Op deze manier is een classificatiesysteem te ontwikkelen waarmee we patiënten kunnen indelen in vier groepen, van heel gezond naar uiterst kwetsbaar. Dat stelt ons in staat om hun behandeling aan te passen en om de kwetsbaarste mensen extra aandacht te geven.’


Indelen naar veerkracht
Op een heel andere manier werkt internist-ouderengeneeskunde Mooijaart ook aan een classificatiesysteem. Hij wil voorkomen dat ouderen die op de Eerste Hulp terecht komen ondanks een goede behandeling toch niet meer op hun oude niveau terugkeren. Als gevolg van de pijn, de stress en de vreemde omgeving kunnen zij in de war raken en geestelijk achteruit gaan. Ze kunnen ook last krijgen van de medicatie, die meestal is ontwikkeld voor gezonde veertigjarige mannen en niet voor tachtigjarigen die vaak al meerdere chronische aandoeningen hebben.

Mooijaart ontwikkelt een korte vragenlijst voor ouderen die op de Eerste Hulp binnenkomen. Met meer informatie over iemands staat van geheugen, mate van (on)afhankelijkheid, medicijngebruik, omgeving en voorgeschiedenis kunnen artsen hun behandeling aanpassen en ellende voorkomen.


Samen het geheim van gezond oud worden ontrafelen
Uniek aan het ouderenonderzoek in Leiden is de schaal waarop het onderzoek plaats vindt. Mooijaart testte zijn vragenlijst op 3000 mensen, het grootste onderzoek in zijn soort wereldwijd. Slagboom analyseert gegevens van 100.000 mensen die al meerdere generaties ouder dan 90 worden om helder te krijgen welke levensstijlfactoren bijdragen aan ouder worden.

Bijzonder is de nauwe band tussen fundamentele onderzoekers en de praktijk. Zo is een onderzoek naar 

indicatoren voor nierfalen ontstaan op basis van een vraag van artsen. Artsen en onderzoekers werken gelijk op: artsen nemen de bloedmonsters af terwijl in de laboratoria het team van Slagboom aan de indicatoren werkt. Zo zien Mooijaart en Slagboom dat graag: snel en efficiënt werken, praktijkgericht fundamenteel onderzoek en een fijne samenwerking. Mooijaart: ’Er zijn wellicht instituten wereldwijd die beter zijn in fundamenteel onderzoek of klinisch onderzoek, maar de combinatie van expertises die we hier onder één dak hebben is uniek. Er is hier geen eilandjescultuur.’

Momenteel is 4,4% van de Nederlandse bevolking ouder dan 80 jaar. Bron: CBS

Momenteel is 4,4% van de Nederlandse bevolking ouder dan 80 jaar. Bron: CBS

Experts

  • Hanna Swaab
  • Andrea Evers
  • Bernhard Hommel
  • Hanno Pijl
  • Simon Mooijaart
  • Eline Slagboom
  • Veronica Janssen
  • Jos Brosschot
  • Jacobijn Gussekloo

Hanna SwaabDecaan / Hoogleraar Neuropedagogiek en Ontwikkelingsstoornissen

Topics: ADHD, agressie, autisme, cognitieve ontwikkeling, gedragsproblemen, ontwikkelingsstoornissen

+31 (0)71 527 4003

Andrea EversHoogleraar Gezondheidspsychologie

Topics: E-health, gezondheid, nocebo, placebo, leefstijl, gezond gedrag

+31 (0)71 527 6891

Bernhard HommelHoogleraar Algemene Psychologie

Topics: Aandacht, actie controle, cognitieve controle, creativiteit, dopamine, meta controle, robotica, zelf representatie

+31 (0)71 527 3714

Hanno PijlHoogleraar Diabetologie

Topics: neuro-endocriene regulatie van diabetes en overgewicht

+31 (0)71 526 3082

Simon MooijaartInternist-ouderengeneeskunde, onderzoeker

+31 (0)71 526 6640

Eline SlagboomHoogleraar Moleculaire Epidemiologie/ Sectiehoofd van de Moleculaire Epidemiologie

+31 (0)71 526 9731

Jolanda Lindenberg

+31 (0)71 527 2727

Veronica JanssenUniversitair docent

Topics: Gezond leven

+31 (0)71 527 3676

Jos BrosschotBijzonder Hoogleraar Psycho-fysiologische Mechanismen van Stress in het Dagelijks Leven

Topics: Stress en stressreductie

+31 (0)71 527 3740

Jacobijn GusseklooHoogleraar Eerstelijns geneeskunde

+31 (0)71 526 8429

Onderwijs

Voor goede preventieve gezondheidszorg is zowel medische als de psychologische kennis nodig.  In Leiden werken faculteiten en instituten samen om het onderwijs zo breed mogelijk te maken zodat studenten met alle aspecten van preventie kennis maken.

Studenten kunnen onder andere kiezen voor een interdisciplinaire minor Brain and Cognition, een master Vitality in Ageing, een research master in Health Population Management, of straks onderzoek doen in het Levensstijl Centrum dat de Universiteit in samenwerking met TNO opricht. Het is ook mogelijk om je te verdiepen in statistiek en big data, onontbeerlijk voor het verwerken van de gegevens van grootschalige gezondheidsonderzoeken.

Tijdens de studie sta je regelmatig met beide benen in de praktijk. Je werkt bijvoorbeeld mee aan programma’s om kinderen te helpen in hun sociale ontwikkeling. Zo verzamel je niet alleen onderzoeksgegevens, je ervaart ook hoe een interventie in de praktijk werkt.

Outreach & nieuws

Nieuws

Agenda