Universiteit Leiden Universiteit Leiden | Bij ons leer je de wereld kennen.

Internationaal Publiekrecht

Onderzoek

Vanuit verschillende disciplines werken onderzoekers van de Universiteit Leiden samen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen. U vindt hier een voorbeeld op het gebied van rechtsgeleerdheid.

Overzicht wetenschapsdossiers

Onderzoek

Vrede en recht in de 21e eeuw

We willen allemaal een wereld waarin individuen veilig zijn, conflicten vreedzaam worden beslecht en rekening wordt gehouden met toekomstige generaties. Juristen van de Universiteit Leiden onderzoeken in hoeverre het internationaal publiekrecht voorziet in de behoeftes van een geglobaliseerde samenleving. Zij zijn allen verbonden aan het Grotius Centre for International Legal Studies van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, met vestigingen in Leiden en op de Campus Den Haag.

<p>De Soedanese president Omar-al-Bashir wordt gezocht door het Internationaal Strafhof.</p>

De Soedanese president Omar-al-Bashir wordt gezocht door het Internationaal Strafhof.

Globalisering, ook van het recht

Nog maar een halve eeuw geleden weerspiegelde het internationaal publiekrecht vooral de behoeftes van een beperkt aantal staten:  het onderhouden van vriendschappelijke betrekkingen, het oplossen van geschillen en het bewaken van hun soevereiniteit. Dat is niet meer zo. Tegenwoordig opereert het internationaal publiekrecht steeds meer in een geglobaliseerde samenleving. Multinationals als Shell zoeken bescherming van hun wereldwijde investeringen, oorlogsmisdadigers uit het voormalige Joegoslavië en uit de Democratische Republiek Congo kunnen worden berecht in Den Haag. En internationale organisaties krijgen steeds meer verantwoordelijkheden bij het oplossen van grensoverschrijdende problemen en uitdagingen, zoals klimaatverandering, milieuvervuiling en economische ontwikkeling. De internationale samenleving is in de loop der jaren veranderd en het recht ontwikkelt mee, maar loopt soms achter de feiten aan.

Knelpunten oplossen

Onderzoekers van het Grotius Centre gaan op zoek naar oplossingen om in deze nieuwe complexe wereld vrede en recht te bewaken. Ze richten zich daarbij op knelpunten die zich in de praktijk voordoen. Hoe kunnen bijvoorbeeld individuen beschermd worden tegen de macht van de VN Veiligheidsraad, nu de Veiligheidsraad niet meer alleen sancties oplegt aan staten, maar ook direct aan individuen? Kan een internationale organisatie ter verantwoording worden geroepen voor een nationale rechter? Moet het oorlogsrecht worden gemoderniseerd nu staten de beschikking hebben over digitale middelen van oorlogvoering, onbemande en zelfs geautomatiseerde wapensystemen? In hoeverre beschermt het recht het milieu en natuurlijke hulpbronnen voor, tijdens en na een gewapend conflict? Mag een bevolkingsgroep zich afscheiden en de onafhankelijkheid uitroepen? En in hoeverre moeten vragen van duurzaamheid, corruptiebestrijding, en bescherming van mensenrechten een rol spelen bij het beslechten van internationale handelsgeschillen?

Met één been in de rechtspraktijk

Relevante oplossingen aandragen lukt alleen als je de praktijk goed kent. Daarom staan de Leidse en Haagse juristen vaak met één been in de academische wereld en met het andere in de internationale rechtspraktijk. Ze hebben nauwe banden met het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, de ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie, de Veiligheidsraad in New York en de verschillende mensenrechtencomités in Genève. Ze zitten in internationale commissies, treden op als expert in arbitragezaken, leiden toekomstige rechters, advocaten en ambtenaren op en trainen ze gedurende hun carrière. Zo komen de resultaten van hun onderzoek niet alleen terecht in wetenschappelijke publicaties en bij nieuwe generaties juristen, maar ook direct daar waar oplossingen nodig zijn en het recht gevonden wordt. De onderzoekers werken ook veel samen met historici, sociologen, economen en politicologen.

Het bevorderen van international criminal justice

Hoe moet de internationale gemeenschap reageren als er sprake is van genocide, oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid? Hoe kan zij de daders berechten, herhaling voorkomen en internationale eensgezindheid bevorderen en daarbij afstanden en cultuurverschillen overbruggen? De juristen van het Grotius Centre zoeken het uit en helpen zo organisaties die wereldwijde international criminal justice beter te functioneren.


De impact van het Strafhof

In juni 2012 deed het Internationaal Strafhof voor het eerst uitspraak in een strafzaak. Het veroordeelde de Congolese rebellenleider Thomas Lubanga tot twaalf jaar gevangenisstraf onder meer voor het op grote schaal ronselen en inzetten van kindsoldaten. 22 strafzaken zijn sinds 2002 voor het Hof gebracht die betrekking hebben op 9 conflicten, alle in Afrika. In 2 gevallen heeft dit inmiddels geleid tot een veroordeling. Juristen van het Grotius Centre, onder wie Carsten Stahn, Larissa van den Herik, en Bill Schabas , onderzoeken onder meer de impact van besluiten van het Strafhof in landen waarin de te berechten misdaden zijn gepleegd. Dat zijn veelal landen waar de rechtsstaat nog in ontwikkeling is. Met een team onderzoekers analyseren zij berichten in de media, doen enquêtes en houden interviews met slachtoffers en lokale rechtshandhavers. Ze doen ook suggesties om de wensen en gewoonten van de getroffen gebieden en het Strafhof beter op elkaar af te stemmen. Een nauwere samenwerking van het Strafhof met lokale autoriteiten zou bijvoorbeeld een stap in de goede richting kunnen zijn.


Neokolonialisme?

‘Het nog jonge Strafhof wil graag dat de inwoners van getraumatiseerde landen zoals Congo het gevoel hebben dat uit hun naam wordt rechtgesproken’, licht Larissa van den Herik het onderzoek toe. ‘Maar dat is niet vanzelfsprekend, wanneer je vonnissen velt vanuit een Haagse buitenwijk. Sommige Afrikanen beschouwen het Strafhof als een vorm van neokolonialisme. Dit brengt de vraag aan de orde wanneer internationale

Het Internationaal Stafhof in Den Haag (foto Vincent van Zeijst, via Wikipedia Commons)

Het Internationaal Stafhof in Den Haag (foto Vincent van Zeijst, via Wikipedia Commons)

juridische interventie op zijn plaats is. Is verkiezingsgeweld iets voor het Internationaal Strafhof? Is het Hof te veel op Afrika gericht? Kan het Hof een rol spelen in het Midden Oosten, in Palestina of met betrekking tot IS? Dit zijn vragen waarvoor de Leidse en Haagse onderzoekers naar antwoorden zoeken, en waarbij zij het recht analyseren in de context van de politieke en internationale gemeenschap.

Straffen en verzoenen

Het Internationaal Strafhof is slechts één instrument om international criminal justice te bevorderen. Daarnaast zijn er ad hoc tribunalen (zoals het Joegoslaviëtribunaal, het Libanon tribunaal en het Sierra Leone tribunaal), onderzoekscommissies voor internationaal onderzoek  (bijvoorbeeld naar mensenrechtenschendingen in Darfur) en commissies voor waarheid en verzoening (zoals in Zuid-Afrika). In een globaliserende wereld is het logisch dat steeds meer rechterlijke, maar ook niet-rechterlijke organisaties zich inzetten voor vrede en gerechtigheid over de grenzen heen. Onderzoekers van het Grotius Centre proberen ervoor te zorgen dat al deze organisaties goed samenwerken. Ze beleggen bijvoorbeeld seminars waar alle betrokkenen met elkaar in gesprek gaan.  Of ze stellen richtlijnen en best practices op. Zo wordt voorkomen dat ieder voor zich het wiel uitvindt, of dat slachtoffers over hun traumatische ervaringen bij herhaling door verschillende instanties worden gehoord. Een meer theoretische vraag is of niet-rechterlijke commissies het recht anders toepassen dan rechters, en wat de gevolgen hiervan zijn.

Duurzaam internationaal zakendoen

Als een staat en een bedrijf met elkaar botsen, wordt zo’n conflict traditioneel opgelost door een beroep te doen op het internationaal investerings- en economisch recht. Maar een staat kan goede redenen hebben om zijn afspraken met een bedrijf niet na te komen, zoals bescherming van het milieu, bescherming van volksgezondheid en respect voor mensenrechten. Voor dit soort argumenten biedt het internationaal investerings- en economisch recht weinig ruimte. Nico Schrijver en Eric de Brabandere zijn toponderzoekers op dit rechtsgebied. Beiden zijn ook in de praktijk actief.


Bescherming voor investeerders

Ontwikkelingslanden sluiten graag handelsovereenkomsten met buitenlandse investeerders. Die zorgen immers voor infrastructuur, werkgelegenheid en welvaart. Zij investeren bijvoorbeeld in goudmijnen, oliewinning en houtkap, of ze nemen geprivatiseerde staatsbedrijven over. In concessies en contracten leggen overheden en bedrijven hun afspraken vast. Bovendien zien internationale verdragen, zoals investeringsbeschermingsovereenkomsten, tussen industriestaten (waar de meester investeerders gevestigd zijn) en ontwikkelingslanden erop toe dat deze afspraken worden nagekomen en dat de belangen van investeerders worden gewaarborgd.

Schade

Ontwikkelingslanden hebben dus zowel verplichtingen tegenover buitenlandse bedrijven als tegenover de staten waar deze bedrijven vandaan komen. Maar ontwikkelingslanden hebben ook verplichtingen tegenover hun eigen bevolking, die ze moeten beschermen en aan wie ze verantwoording moeten afleggen. Soms laten deze landen de belangen van hun bevolking prevaleren boven de belangen van de investeerders. Zo werd een Franse investeerder in de jaren ’90 in Argentinië gedwongen om de prijs van drinkwater kunstmatig laag te houden. In Zuid-Afrika werden mijnbouwbedrijven na het einde van de Apartheid gedwongen om een gedeelte van hun eigendommen over te dragen aan zwarte Zuid-Afrikanen.

In Duitsland zijn buitenlandse investeerders niet gelukkig met het besluit van de Duitse overheid om te stoppen met kernenergie. Australië heeft tabaksfabrikanten op de kast gejaagd doordat sigarettenpakjes verplicht donkerbruin moeten zijn met afschrikwekkende plaatjes in plaats van merknamen. En een Amerikaans oliebedrijf is in een langdurige internationale procedure verwikkeld met Ecuador naar aanleiding van een conflict over de exploitatie van olievelden, milieuvervuiling en schade aan de volksgezondheid.

Protest tegen de aanwezigheid van Shell in Canada. De groep refereert aan de 'exploitatie en het destructieve verleden van Shell' in Nigeria.

Protest tegen de aanwezigheid van Shell in Canada. De groep refereert aan de 'exploitatie en het destructieve verleden van Shell' in Nigeria.


Verzoening van twee werelden

Eric de Brabandere viel het op dat bedrijven steeds vaker schadeclaims indienen tegen staten. Deze schadeclaims worden in een toenemend aantal gevallen voorgelegd aan een internationaal arbitragetribunaal dat door het bedrijf en de betrokken staat wordt opgericht. De uitspraken van een dergelijk tribunaal zijn voor beide partijen bindend. Bij dit soort conflicten staan de private en commerciële belangen van partijen op gespannen voet met de volkenrechtelijke karakter van de arbitrageprocedure. Hij ging op zoek naar wegen om de twee met elkaar te verzoenen. ‘Het is legitiem dat staten zich beroepen op hun soevereine plicht om gezondheid en milieu te beschermen. Als er een conflict is, spelen publiekrechtelijke beginselen dus een rol. Het is kunstmatig om ze bij het oplossen van zo’n conflict buiten de deur te houden en alleen het private aspect van het investeringsrecht te laten gelden.’

Publieke belangen versus commerciële belangen

De Brabandere maakte een grondige analyse van de bestaande wereldwijde arbitragepraktijk en de knelpunten daarin. Dit onderzoek resulteerde onder meer in een monografie waarin hij argumenten aandraagt voor het inlijven van het investeringsrecht binnen internationaal publiekrecht. Het is van belang dat bij de beslechting van dit soort geschillen publieke belangen worden meegewogen. Mensenrechten- en milieuorganisaties kunnen onder bepaalde voorwaarden gehoord worden door arbitragetribunalen, de besluitvorming hoeft zich niet per se achter gesloten deuren af te spelen, en een bedrijf kan voor geleden schade in een andere vorm worden gecompenseerd dan alleen in geld. Bijvoorbeeld door restitutie. ‘Ik hoop en verwacht dat mijn onderzoek meeweegt in de manier waarop arbiters kijken naar nieuwe geschillen,’ zegt De Brabandere. ‘Dat men bij internationale handelsconflicten niet alleen naar het de handelsaspecten van het geschil kijkt, maar ook naar andere rechtsbeginselen. Heel langzaam zie je de mentaliteit wel verschuiven; daaraan hoop ik mijn steentje te hebben bijgedragen.’

Beter functionerende internationale organisaties

Internationale organisaties waarin verschillende landen samenwerken worden steeds machtiger en hebben directer invloed op ons dagelijks leven. Zo bepaalt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg dat minderjarigen meteen na hun arrestatie recht hebben op rechtsbijstand en dat een advocaat aanwezig moet zijn bij het politieverhoor. De VN Veiligheidsraad kan ons een reisverbod opleggen als hij ons van terrorisme verdenkt. Hoe wordt het recht door en binnen deze organisaties toegepast en hoe kan dat beter?


Wapens en walvissen

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben landen internationale organisaties opgericht met de meest uiteenlopende taken. Bijvoorbeeld om het verbod op chemische wapens te handhaven (OPCW), de wereldhandel te bevorderen (WTO), vrijhandel en integratie in Europa te bewerkstelligen (EU), of walvissen te beschermen (IWC). Inmiddels zijn er zo’n zeshonderd. Om hun onafhankelijkheid te garanderen, genieten veel van deze organisaties en hun medewerkers immuniteit van rechtsvervolging. Maar naarmate ze meer bevoegdheden krijgen, wordt ook van hen gevraagd dat ze verantwoording afleggen. Moet dat ten overstaan van een rechter en brengt dit mee dat de immuniteit van internationale organisaties moet worden ingeperkt? Of zijn er andere manieren om accountability te bewerkstelligen?


Fouten bij vredesmissies

De ‘moeders van Srebrenica’ procederen al jaren met wisselend succes tegen de VN en de Nederlandse Staat omdat zij van mening zijn dat zij onvoldoende hebben gedaan om de genocide, die volgde op de val van Srebrenica op 11 juli 1995, te voorkomen. Haïtianen vingen bot bij de VN toen zij die aansprakelijk stelden voor een verwoestende cholera-epidemie die was veroorzaakt door Nepalese VN-soldaten. Hoe kunnen internationale organisaties enerzijds hun onafhankelijkheid behouden, maar anderzijds toch garanderen dat slachtoffers van door hen gemaakte fouten hun

Moeders van Srebrenica in de rechtbank in Den Haag voorafgaand aan de rechtszaak tegen de Nederlandse staat. Dutchbat was verantwoordelijk voor de verdediging van de Bosnische moslimenclave Srebrenica. Die viel in juli 1995 toen troepen van de Bosnisch-Servische generaal Mladic de enclave onder de voet liepen. Duizenden Bosnische moslims werden vermoord. (Foto: ANP / Koen van Weel)

Moeders van Srebrenica in de rechtbank in Den Haag voorafgaand aan de rechtszaak tegen de Nederlandse staat. Dutchbat was verantwoordelijk voor de verdediging van de Bosnische moslimenclave Srebrenica. Die viel in juli 1995 toen troepen van de Bosnisch-Servische generaal Mladic de enclave onder de voet liepen. Duizenden Bosnische moslims werden vermoord. (Foto: ANP / Koen van Weel)

recht kunnen halen? Dit is één van de vragen die centraal staat in het onderzoek van Niels Blokker en Nico Schrijver. Zij vergeleken hoe verschillende Europese landen omgaan met immuniteit en belegden een conferentie waar grote en kleine spelers op het internationale speelveld met elkaar in gesprek konden gaan. Uit rechtspraak blijkt namelijk dat de reikwijdte van de immuniteit van internationale organisaties wereldwijd verschillend wordt geïnterpreteerd. Bovendien heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bepaalde criteria vastgesteld waar internationale organisaties aan zouden moeten voldoen om verzekerd te blijven van immuniteit.
Het veranderen van dit soort situaties is een ingewikkeld proces, met veel spelers en verschillende belangen. Wetenschappers laten vanuit hun objectieve positie kritische geluiden horen, die de start vormen van zo’n proces. ‘Door de conferentie en door publicaties geven we voeding aan zo'n dialoog,’ zeggen Blokker en Schrijver. ‘Zo hopen we eraan bij te dragen dat internationale organisaties beter hun werk kunnen doen en individuen meer rechtszekerheid hebben.’

Zwarte lijst

Sancties tegen landen treffen vaak de zwaksten in een samenleving, terwijl de leiders stevig in het zadel blijven zitten. Daarom kiest de Veiligheidsraad nu vaker voor doelgerichte sancties tegen individuen. Wat als je jezelf plotseling op een zwarte lijst terugvindt als verdachte terrorist? Je mag niet meer reizen, je tegoeden worden bevroren en je reputatie is vernietigd. Stel, je bent onschuldig. Hoe kom je weer van zo’n lijst af? Larissa van den Herik onderzocht de rechtsbescherming bij sancties die worden opgelegd aan individuen. ‘De Veiligheidsraad is een intens politiek orgaan. Nu het zich echter direct op individuen richt zijn regels nodig om het individu te beschermen tegen arbitrair optreden,’ aldus Van den Herik. Bijvoorbeeld regels over de bewijslast die nodig is om iemand als verdachte terrorist te mogen aanmerken.’ Mede op advies van Van den Herik en Schrijver in samenwerking met het Watson Institute is er alvast één stap gezet. De Veiligheidsraad heeft een eigen Ombudspersoon aangesteld. Op deze persoon kun je een beroep doen als je meent het slachtoffer te zijn van onterechte sancties. Maar deze voorziening geldt alleen voor terrorisme sancties en niet voor andere sanctieregimes. Er is dus nog een lange weg te gaan om de Veiligheidsraad iets meer te disciplineren.

Experts

Wetenschappers in dit multidisciplinaire onderzoeksgebied

  • Prof. dr. Niels Blokker
  • Dr. Eric de Brabandere
  • Dr. Mr. Drs. Daniella Dam-de Jong
  • Dr. Simone van den Driest
  • Prof. dr. Helen Duffy
  • Prof. dr. Horst Fischer
  • Mr. Dr. Robert Heinsch
  • Prof. dr. Larissa van den Herik
  • Dr. Erik Koppe
  • Mr. Joseph Powderly
  • Dr. Yannick Radi
  • Dr. Cecily Rose
  • Prof. dr. Alfred van Staden
  • Prof. dr. Carsten Stahn
  • Prof. dr. William Schabas
  • Prof. dr. Nico Schrijver
  • Prof. dr. Kees Waaldijk

Prof. dr. Niels BlokkerHoogleraar Internationaal Institutioneel Recht

Topics: Internationaal institutioneel recht, internationale organisaties, Verenigde Naties, Veiligheidsraad

+31 (0)71 527 8830

Dr. Eric de BrabandereUniversitair Hoofddocent Internationaal Publiekrecht

Topics: Internationale geschillenbeslechting, internationale arbitrage, internationaal investeringsrecht, internationaal publiekrecht.

+31 (0)71 527 7399

Dr. Mr. Drs. Daniella Dam-de JongUniversitair docent Internationaal Publiekrecht

Topics: Beheer van natuurlijke hulpbronnen, oorlogsrecht, internationaal milieurecht, vrede en veiligheid, duurzame ontwikkeling, VN-Veiligheidsraad en conflictoplossing

+31 (0)71 527 7944

Dr. Simone van den DriestUniversitair docent Internationaal Publiekrecht

Topics: Internationaal publiekrecht, zelfbeschikkingsrecht van volkeren, afscheiding, mensenrechten

+31 (0)71 527 5489

Prof. dr. Helen DuffyHoogleraar Mensenrechten en International Humanitair Recht

Topics: Mensenrechten, terrorisme en internationaal recht, slavernij en mensenhandel, schadeloosstelling en aansprakelijkheid

+31 (0)71 527 6444

Prof. dr. Horst FischerHoogleraar Internationaal Humanitair Recht

Topics: Internationaal humanitair recht, internationaal strafrecht, gewapende conflicten, Verenigde Naties, Europese Unie

+31 71 527 7578

Mr. Dr. Robert HeinschUniversitair Hoofddocent Internationaal Publiekrecht

Topics: internationaal publiekrecht, bronnen van het internationaal publiekrecht, gebruik van geweld, internationaal humanitair recht, internationaal strafrecht

+31 (0)71 527 7581

Prof. dr. Larissa van den HerikHoogleraar Internationaal Publiekrecht

Topics: Vrede en Veiligheid, Verenigde Naties en sancties, commissions of inquiry, genocide en internationaal strafrecht, terrorismebestrijding en internationaal recht

+31 (0)71 527 7533

Dr. Erik KoppeUniversitair docent Internationaal Publiekrecht

Topics: Internationaal publiekrecht, vrede en veiligheid, bescherming milieu tijdens internationaal gewapend conflict, kernwapens, Nederlands procesrecht

+31 (0)71 527 5218

Mr. Joseph PowderlyUniversitair docent Internationaal Publiekrecht

Topics: Misdaden tegen menselijkheid, theorie internationaal strafrecht, theorie internationaal publiekrecht, internationale tribunalen

+31 70 800 9366

Dr. Yannick RadiUniversitair docent Internationaal Publiekrecht

Topics: International investeringsrecht, arbitrage, internationale geschillenbeslechting, global economic governance, geschiedenis en theorie internationaal recht

+31 (0)71 527 7429

Dr. Cecily RoseUniversitair docent Internationaal Publiekrecht

Topics: Internationale geschillenbeslechting, mensenrechten, internationaal strafrecht, internationaal economisch recht, theorie internationaal recht

+31 (0)71 527 5385

Prof. dr. Alfred van StadenHoogleraar Internationale Betrekkingen

Topics: Internationale betrekkingen, internationale veiligheid, Europese integratie, buitenlandse politiek

+31 (0)71 527 8937

Prof. dr. Carsten StahnHoogleraar International Strafrecht

Topics: Internationaal strafrecht, internationale geschillenbeslechting, vrede en veiligheid, recht der internationale organisaties, transitional justice

+31 (0)70 800 9572

Prof. dr. William SchabasHoogleraar Mensenrechten en Internationaal Strafrecht

Topics: Internationale mensenrechten, internationaal strafrecht, doodstraf, genocide

+31 70 800 9575

Prof. dr. Nico SchrijverHoogleraar Internationaal Publiekrecht

Topics: Volkenrecht, Verenigde Naties, vrede en veiligheid, duurzame ontwikkeling en beheer natuurlijke hulpbronnen, mensenrechten, recht van de zee, internationale geschillenbeslechting

+31 (0)71 527 8936

Prof. dr. Kees WaaldijkHoogleraar Comparative Sexual Orientation Law

Topics: Seksuele gerichtheid & recht, homorelatierecht, discriminatie, rechtsvergelijking

+31 (0)70 800 9593

Onderwijs

Studenten leren direct van onderzoekers

Op het gebied van internationaal publiekrecht heeft de Universiteit Leiden niet alleen een lange traditie, maar ook een unieke positie dankzij de nabijheid van Den Haag, City of Peace and Justice. Hier kunnen studenten internationale rechtspleging in levende lijve bijwonen, stage lopen bij een van de vele internationale organisaties en kiezen uit een keur aan symposia en lezingen waar wetenschap zich mengt met praktijk.

Onderzoekers van het Grotius Centre for International Legal Studies verzorgen onderwijs binnen de verschillende Bacheloropleidingen van de rechtenfaculteit. Op masterniveau verzorgen ze onder meer een regulier programma Public International Law en een kleinschalige Advanced Master Public International Law. Beide Masters trekken studenten van over de hele wereld.

Buiten de rechtenfaculteit dragen de onderzoekers bij aan enkele Bachelor- en Masterstudies van de Faculteit  Sociale Wetenschappen in Leiden en op de Campus Den Haag. Ze bieden daarnaast verschillende gespecialiseerde zomercursussen aan, verzorgen een massive open online course (mooc) over Courts and Tribunals, verzorgen videocolleges over specifieke onderwerpen voor de Audiovisual Library of International Law van de VN en verzorgen gastcolleges over de gehele wereld.

College door Prof. dr. Niels Blokker College door Prof. dr. Niels Blokker

Outreach & Nieuws

Wetenschap middenin de maatschappij

Ons onderzoek reikt verder dan de wetenschappelijke wereld alleen. Onze experts zijn regelmatig te gast bij binnenlandse congressen en discussiebijeenkomsten die toegankelijk zijn voor het brede publiek. Daarnaast geven ze geregeld commentaar in de media en delen hun kennis online.

Nieuws

Agenda

Partners

Samenwerking brengt ons verder