Universiteit Leiden Universiteit Leiden | Bij ons leer je de wereld kennen.

Efficiënte medicijnontwikkeling

Onderzoek

Vanuit verschillende disciplines werken onderzoekers van de Universiteit Leiden samen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen.
U vindt hier een voorbeeld op het gebied van gezondheid en welbevinden.

Overzicht wetenschapsdossiers

Onderzoek

Van molecuul tot medicijn

Voor het ontwikkelen van nieuwe en baanbrekende medicijnen is fundamentele en klinische kennis essentieel. Medici, farmaceuten, biochemici, scheikundigen en wiskundigen van de Universiteit Leiden en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) werken nauw samen om bouwstenen en aangrijpingspunten voor nieuwe medicijnen te vinden, en het ontwikkelproces efficiënter te maken.

Medicijnontwikkeling Bekijk video

Fundamentele kennis om ziekten te begrijpen en te bestrijden

Eiwitten vervullen een belangrijke rol in de vele complexe processen in het menselijk lichaam. Kennis van deze processen, en van de functie van eiwitten  hierin, geeft inzicht in wat er in het lichaam verkeerd gaat in geval van ziekte. Wanneer bekend is welke eiwitten een cruciale rol spelen in bepaalde ziekteprocessen, kunnen chemici kleine moleculen maken om deze eiwitten te remmen of juist te activeren. Als deze moleculen heel gericht aangrijpen kunnen ze dienen als een efficiënt  medicijn met zo min mogelijk bijwerkingen.

Moleculen als bouwstenen voor nieuwe medicijnen

Voor de ontwikkeling  van moleculen die de functie van eiwitten aanpassen laten chemici zich inspireren door de natuur.  Van bouwstenen die al in de natuur aanwezig zijn, is bekend dat ze oplosbaar zijn - een noodzakelijke voorwaarde voor een medicijn - en in cellen kunnen overleven zonder essentiële lichaamsprocessen te verstoren. Op deze manier is de kans op succes een stuk groter dan wanneer chemici moleculen ontwerpen waarvan de eigenschappen vooraf nog niet bekend zijn. Geschikte moleculen worden in een volgend stadium verder ontwikkeld tot een bruikbaar medicijn.

Efficiënt ontwikkelproces van medicijnen

De ontwikkeling van geschikte moleculen tot een medicijn is een jarenlang traject;  van de reageerbuis naar testen op gezonde proefpersonen en patiënten. In dit traject komt het regelmatig voor dat een middel dat in een eerste fase heel kansrijk leek, in een later stadium toch afvalt doordat het op levende organismen minder goed werkt of bijwerkingen veroorzaakt. Daarom zijn betere voorspellende testen nodig, die al in een vroege fase kunnen aangeven of een bepaald molecuul effectief zal zijn als medicijn voor de mens. Hiervoor gebruiken Leidse onderzoekers geavanceerde onderzoeksmethoden, zoals de organ-on-chip technologie die werd ontwikkeld door het Leiden Academic Centre for Drug Research. Een andere methode is het testen van geneesmiddelen op modelorganismen zoals de zebravis. Dit geeft een accurate voorspelling van de werkzaamheid van medicijnen.

Samenwerking

De Universiteit Leiden en het LUMC hebben samen kennis van de gehele keten van medicijnontwikkeling in huis, van het fundamentele onderzoek naar geschikte moleculen tot in de kliniek. Met het Leiden Bio Science Park op een steenworp afstand is het mogelijk optimaal samen te werken om het ontwikkelproces van medicijnen zo efficiënt mogelijk te maken.

Meer informatie:
Leiden Academic Centre for Drug Research
Leiden Institute of Chemistry
Leiden University Medical Centre
Leiden Natural Products Lab
Leiden Bio Science Park

Kennis over DNA-reparatie voor aanpak tumorcellen

Het DNA-reparatiemechanisme speelt een sleutelrol in de bestrijding van kankercellen.


Hoe kun je tumorcellen zo effectief mogelijk uitschakelen? Het DNA-reparatiemechanisme lijkt een belangrijk mechanisme om de effectiviteit van de bestrijding van kankercellen met chemotherapie te vergroten. Om dit mechanisme te beïnvloeden is fundamentele kennis over de werking van het DNA-reparatiemechanisme nodig.

Snelle DNA-reparatie beperkt effect chemotherapie

Ons DNA-reparatiesysteem zorgt dat beschadigingen aan het DNA door invloeden van buitenaf, zoals straling of chemische stoffen, snel gerepareerd worden. Gebeurt dat niet, dan kan een beschadiging leiden tot het afsterven van een cel of het ontstaan van een mutatie, met mogelijk ernstige ziektes als gevolg. Dit reparatiesysteem is dus van levensbelang, maar kan ook het effect van behandeling van kanker met chemotherapeutica beperken. Hierbij wordt juist opzettelijk DNA-schade veroorzaakt, in de hoop dat kankercellen hierdoor afsterven. Het DNA-reparatiemechanisme herstelt een groot deel van de opzettelijk aangebrachte DNA schade direct weer en beperkt hiermee het effect van de chemotherapie.

DNA-reparatiemechanisme ontrafelen

Haico van Attikum, onderzoeker bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), richt zich in zijn onderzoek daarom op het ontrafelen van dit DNA-reparatiemechanisme. Wanneer is achterhaald welke eiwitten een belangrijke rol spelen bij de reparatie van DNA, kan worden gezocht naar remmers

die deze eiwitten kunnen blokkeren. Hij hoopt een deel van het reparatiemechanisme in tumorcellen te kunnen uitschakelen, door ze veel gevoeliger te maken voor cytostatica (geneesmiddelen die gebruikt worden bij de behandeling van kanker) .

Grensvlak tussen DNA-reparatie en transcriptie

Het onderzoek richt zich nu op een uniek onderdeel van het DNA-reparatiemechanisme, namelijk het moment dat DNA wordt afgelezen door het enzym RNA-polymerase en wordt vertaald in mRNA.
De vraag is wat er gebeurt als het enzym RNA-

RNA polymerase (blauw) produceert mRNA (groen) van een DNA-template (oranje). © I. Splette via Wikimedia Commons.

RNA polymerase (blauw) produceert mRNA (groen) van een DNA-template (oranje). © I. Splette via Wikimedia Commons.

polymerase tijdens het aflezen van het DNA een beschadiging tegenkomt. Als het aan het DNA vastgeplakt blijft, hebben de DNA reparatie-eiwitten waarschijnlijk ‘onvoldoende ruimte’ om de DNA schade te repareren. Als dit het geval is wil Van Attikum samen met Leidse chemici op zoek gaan naar specifieke remmers die er voor zorgen dat het enzym RNA-polymerase aan het DNA vastgeplakt blijft en zodoende DNA-reparatie voorkomt. Hiermee worden tumorcellen hopelijk gevoeliger voor chemotherapeutica die DNA-schade veroorzaken.

Het immuunsysteem in actie tegen baarmoederhalskanker

Een vaccin tegen baarmoederhalskanker wordt momenteel getest in klinische trials.


In de zoektocht naar een vaccin tegen baarmoederhalskanker heeft bundeling van fundamentele kennis over het immuunsysteem en organische chemie al geresulteerd in een vaccin, dat nu wordt getest in klinische trials. Ondertussen wordt hard gewerkt aan een verbeterde variant.

Bescherming tegen indringers

Het menselijk lichaam beschikt over een immuunsysteem dat ons beschermt tegen vijandelijke indringers, zowel van buitenaf als van binnenuit. Helaas functioneert het niet altijd zoals we dat willen. Soms is het te actief en bestrijdt het onschuldige indringers of onschuldige lichaamseigen cellen. In andere gevallen komt het immuunsysteem te weinig in actie. Dat is het geval bij een ziekte als kanker.

Therapeutisch vaccin

Onder leiding van professor Ferry Ossendorp (LUMC) hebben onderzoekers een vaccin ontwikkeld dat het immuunsysteem activeert, zodat het de strijd met de tumorcellen aangaat. Daarbij richten ze zich vooral op baarmoederhalskanker, dat wordt veroorzaakt door het humaan papillomavirus. Het gaat daarbij niet om het preventieve vaccin, zoals het vaccin waarmee tienermeisjes tegenwoordig worden ingeënt om de ziekte te 

voorkomen. Bij een therapeutisch vaccin gaat het om een behandelmethode voor mensen bij wie al baarmoederhalskanker is ontstaan met als doel de kankercellen te doden.

Succesvol

Bijzonder aan het ontwikkelde vaccin is dat het een twee-in-één systeem is. Het vaccin bevat lange ei-

Het immuunsysteem in actie tegen baarmoederhalskanker

witten, peptides, die lijken op viruspeptides en zorgen voor een specifieke reactie van het immuunsysteem. Aan deze peptides zijn kleine moleculen gekoppeld die het immuunsysteem op een gecontroleerde manier activeren en zo de werking van het vaccin versterken. De eerste variant van dit vaccin is al met succes getest in klinische trials. Het bedrijf ISA Pharmaceuticals, gevestigd in het Leiden Bioscience Park, gaat daar nu mee verder.

Verdere verbetering

Ondertussen werken professor Hermen Overkleeft van de vakgroep Bio-organische Chemie en Ossendorp samen verder aan een verbetering van dit vaccin door meerdere kleine moleculen aan de peptides te koppelen. Immuuncellen zitten vol met receptoren, die verschillende kleine moleculen kunnen herkennen. De vraag is of deze immuuncellen extra geactiveerd kunnen worden wanneer meerdere kleine moleculen (gekoppeld aan de peptides) binden aan de verschillende receptoren van de immuuncellen.  Of dit werkt moet nog verder onderzocht, maar hopelijk geeft de nieuwe variant nog betere klinische resultaten.

Nieuwe antibiotica

Professor Gilles van Wezel zoekt naar nieuwe vormen van antibiotica.


Ziekteverwekkende bacteriën zijn steeds vaker resistent voor de huidige antibiotica. De vraag naar nieuwe antibiotica wordt daarmee steeds groter. Professor Gilles van Wezel zoekt naar nieuwe vormen van antibiotica in goede bacteriën die in de grond leven.

Slapende genen

Veel van de huidige antibiotica worden gemaakt door een speciaal soort grondbacteriën, de streptomyceten. Deze grondbacteriën produceren antibiotica om andere (schadelijke) bacteriën uit de buurt te houden. Tientallen jaren werd gedacht dat een zeer intensief bestudeerd type streptomyceet, de Streptomyces coelicolor, hooguit vier verschillende antibiotica kon produceren. Het blijkt echter dat deze en andere streptomyceten groepjes antibiotica producerende genen bevatten die nog niet eerder waren gezien. Blijkbaar zijn de meeste van deze genen 'in slaap' onder laboratoriumcondities.

Moleculaire schakelaars

Professor Gilles van Wezel, hoogleraar moleculaire biotechnologie, zoekt samen met zijn collega's naar moleculen die kunnen dienen als schakelaar om deze slapende genen tot leven te wekken en zo nieuwe

soorten antibiotica te produceren. Onderzoekers screenen bijvoorbeeld bibliotheken van chemische stoffen in de hoop dat daar geschikte moleculen tussen zitten om deze genen te activeren.

Leren van de natuur

Daarnaast zoekt Van Wezel ook gericht naar moleculaire schakelaars in de natuur. Hij verklaart: “Je mag ervan uitgaan dat er omstandigheden zijn in de grond die de bacterie ertoe aanzetten om deze

Kweek van Streptomyces Che1, de eerste Strepto-myces stam die ooit is geïsoleerd door Van Wezel.

Kweek van Streptomyces Che1, de eerste Strepto-myces stam die ooit is geïsoleerd door Van Wezel.

slapende antibiotica te produceren. Anders zouden deze genen niet zo lang zijn behouden gedurende evolutie.” Inderdaad ontdekte hij, samen met onderzoekers uit Leiden en Wageningen, dat planten een verbinding produceren die streptomyceten aanzet tot antibioticaproductie wanneer er een andere, schadelijke bacterie in de buurt van de plant komt. Het molecuul dat de plant produceert is dus zo'n moleculaire schakelaar. De toepassing ervan wordt nu verder onderzocht.

Breed inzetbare technologie

Het bestuderen van natuurlijke processen bij streptomyceten heeft al een aantal zeer veelbelovende nieuwe verbindingen opgeleverd voor nieuwe antibiotica. De techniek is volgens Van Wezel nog veel breder inzetbaar:  “Streptomyceten produceren allerlei verbindingen om zich te verweren tegen hogere organismen zoals schimmels en wormen. Die kunnen de basis vormen voor allerlei soorten medicijnen. Verschillende anti-tumormiddelen zijn bijvoorbeeld ook uit streptomyceten afkomstig. Ik denk dat je via deze weg veel meer kans hebt op totaal nieuwe stoffen dan wanneer je uitgaat van een screening van een algemene bibliotheek van chemische stoffen. Deze aanpak werkt.”

Streptomyces bacteriën komen uit de bodem. Hieruit worden kleurrijke kolonies geïsoleerd, in dit geval met hemelsblauw antibioticum. De kolonies worden in een petrischaaltje getest op antibioticumactiviteit (heldere zones), waarna de antibiotica wordt geïsoleerd en geïdentificeerd. Tot slot volgt productie op grotere schaal voor verdere analyse.

Streptomyces bacteriën komen uit de bodem. Hieruit worden kleurrijke kolonies geïsoleerd, in dit geval met hemelsblauw antibioticum. De kolonies worden in een petrischaaltje getest op antibioticumactiviteit (heldere zones), waarna de antibiotica wordt geïsoleerd en geïdentificeerd. Tot slot volgt productie op grotere schaal voor verdere analyse.

Nieuwe technieken voor medicijn tegen tuberculose

Onderzoek naar nieuwe medicijnen tegen tuberculose kreeg een impuls door nieuwe inzichten.


Wereldwijd krijgen jaarlijks ongeveer 9 miljoen mensen tuberculose. Onderzoek naar nieuwe medicijnen tegen deze ziekte heeft een flinke impuls gekregen door efficiëntere technieken en nieuwe inzichten in hoe de tuberculosebacterie werkt.

Nieuwe medicijnen

De tuberculosebacterie is steeds vaker bestand tegen antibiotica. Moleculair celbioloog Herman Spaink zoekt daarom naar nieuwe medicijnen tegen deze bacterie. Hiervoor onderzoekt hij hoe de tuberculosebacterie werkt en op welke manier de ziekte kan worden gestopt. Spaink: “Mensen die tbc hebben, vermageren sterk: één van de eerste symptomen van de ziekte. Dankzij ons onderzoek weten we nu dat dit komt doordat de bacterie een bepaald gen beïnvloedt. De bacterie is daardoor in staat om het menselijke metabolisme in de war te sturen. Met medicijnen willen we de betrokken genen beschermen.

Zebravis

Moleculen zijn de bouwstenen voor nieuwe medicijnen. Wanneer er moleculen gevonden zijn die potentieel tuberculose tegen kunnen gaan, moeten deze getest worden. Voor dit onderzoek is de zebravis een ideaal modelorganisme. Het immuunsysteem van de zebravis reageert hetzelfde op de tuberculosebacterie

als het menselijke immuunsysteem, waardoor de voorspelling of een medicijn in de mens werkt accurater is dan met andere modellen. Daarbij plant de zebravis zich snel voort en embryo’s ontwikkelen zich razendsnel. Al na 24 uur zijn de belangrijkste organen gevormd en na drie dagen komen de jonge visjes al uit het ei. Doordat de visjes, die er nog als embryo’s uitzien, klein en doorzichtig zijn kunnen ze makkelijk bekeken worden onder de microscoop. Zo kan het ontstaan en verloop van tuberculose gevolgd worden.

Efficiënte technieken

De aanschaf van een robot waarmee grote aantallen embryo’s van zebravisjes tegelijk kunnen worden 

Twee dagen oude larven van de zebravis © Jürgen Berger en Mahendra Sonawane, Max Planck Institute for Developmental Biology

Twee dagen oude larven van de zebravis © Jürgen Berger en Mahendra Sonawane, Max Planck Institute for Developmental Biology

geïnjecteerd met de tbc-bacterie heeft het onderzoek van Spaink een grote impuls gegeven. Eerder moest de bacterie handmatig in de zebravisembryo’s worden ingebracht. Dat was zeer arbeidsintensief en werkte dus vertragend in het onderzoek om nieuwe medicijnen te testen. Nu het injecteren is geautomatiseerd, kan sneller en efficiënter worden gewerkt.  Ook is het sinds kort mogelijk om met robots en automatische herkenning van microscopische beelden uitzonderlijk snel het effect van nieuwe medicijnen te testen in zebravisembryo’s. Met deze nieuwe methodes hoopt Spaink snel nieuwe medicijnen te ontdekken die werkzaam zijn tegen tbc, waarmee globaal een derde van de wereldbevolking geïnfecteerd is.

Zoektocht naar indicatoren voor ziekte in gezonde mensen

Leidse wetenschappers zoeken naar factoren al in een vroeg stadium op ziekte wijzen.


Voorkomen is beter dan genezen. Om te kunnen voorspellen wie ziek wordt, zoeken onderzoekers van het LUMC naar factoren die hier al in een vroeg stadium op wijzen. In de zogeheten NEO-studie worden bijna 7000 mensen met overgewicht gevolgd om in hun bloed voorspellende factoren te vinden voor de ontwikkeling van diabetes, hart- en vaatziekten, nierfalen, artrose en longziekten. Inmiddels zijn de eerste onderzoeksresultaten gepubliceerd.

Bijna de helft van de volwassenen in Nederland heeft last van een zekere mate van overgewicht. Dat brengt gezondheidsrisico’s met zich mee, waaronder een verhoogde kans op diabetes en hart- en vaatziekten. Het is onduidelijk waarom de ene persoon met overgewicht wel een chronische ziekte ontwikkelt en de andere niet. Dat maakt het ook lastig om op tijd in te grijpen bij de personen met een hoog risico, zeker omdat het gaat om zo’n grote bevolkingsgroep.

Buisjes voor bloed dat wordt afgenomen bij proefpersonen.

Buisjes voor bloed dat wordt afgenomen bij proefpersonen.


‘We hebben gedaan wat niet kon’

Om dit te onderzoeken, ging vanuit het LUMC onder leiding van Prof. Dr Frits Rosendaal in 2008 de Nederlandse Epidemologie van Obesitas (NEO) studie van start. De eerste vier jaar onderzochten Rosendaal en zijn collega’s bijna 7000 mensen uit Leiden en omgeving, van wie de meesten kampten met een zekere mate van overgewicht (BMI van 27 of hoger). Rosendaal vertelt: ‘Het bijzondere was dat we deze mensen

heel uitgebreid hebben onderzocht. Meestal wordt bij zulke grote groepen alleen bloed afgenomen en vragenlijsten ingevuld. Wij hebben alle mensen zo’n vier uur achter elkaar uitgebreid onderzocht, bijvoorbeeld met een MRI-scan, een longfunctietest, een cardiogram en een voedingstest. Dat is nog nooit eerder gezien. We hebben gedaan wat niet kon.’ Opvallend is bovendien dat het gaat om gezonde mensen, waarbij het hele beeld van hun gezondheid wordt gemonitord, en het optreden van àlle mogelijke aandoeningen. ‘Dit is een investering waarmee we een schatkist aan gegevens opbouwen’, zegt hij enthousiast.

Een levenslang onderzoek

‘We willen deze mensen het liefst gedurende hun hele leven volgen. Vorig jaar hebben we een follow-up gedaan via de huisartsen  om vast te stellen welke mensen ziek zijn geworden. Misschien dat we over een tijdje de mensen weer vragen om te komen voor een uitgebreider onderzoek, maar dat is afhankelijk van de financiering. Zo hopen we ook naar effecten van veranderingen in de tijd te kunnen kijken.’

In de documentaire 'Waarom ik?' laten professor Rosendaal en zijn collega’s zien hoe zij als ‘medische detectives’ onderzoek doen naar de oorzaken van ziekten. De film gaat nader in op de NEO-studie. Volledige versie (35 minuten)


Vet rondom organen is slechter

Nu het onderzoek een aantal jaar loopt, komen de eerste onderzoeksresultaten naar buiten. Eén van de ontdekkingen was bijvoorbeeld dat het voor de gezondheid veel uitmaakt waar het vet precies 

Zoektocht naar indicatoren voor ziekte in gezonde mensen

zit, direct onder de huid of juist rondom de organen, hoewel dat er van buiten hetzelfde uitziet. ‘Wij kunnen de verdeling van het vet afleiden uit de MRI-scans. Mensen met vet rondom de organen blijken vaker last te hebben van een verminderde insulinegevoeligheid, wat een beginnende vorm van diabetes is.’

Nieuwe therapie

Uiteindelijk hoopt Rosendaal nog veel meer van dit soort verbanden te kunnen vaststellen. ‘Bijna alle ziektes komen vaker voor bij mensen met overgewicht. Dat is eigenlijk niet goed te begrijpen. Waarschijnlijk beginnen al die ziektepaden ongeveer op dezelfde manier. In dit onderzoek hopen we te ontdekken of dat inderdaad het geval is. Die kennis kunnen we gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe therapieën en medicijnen.’

Een vaccin tegen aderverkalking

Patiënten met aderverkalking moeten nu nog levenslang medicijnen slikken.


Atherosclerose (aderverkalking) is de meest voorkomende oorzaak van een hartinfarct of beroerte, en één van de meest voorkomende doodsoorzaken in de westerse wereld. Mensen met aderverkalking moeten levenslang medicijnen gebruiken. Een vaccin tegen atherosclerose zou daarom een doorbraak zijn.

Ontstekingsreactie indammen

Bij atherosclerose slibt een bloedvat aan de binnenkant dicht met cholesterol uit het bloed. Dit wordt veroorzaakt door een overmaat aan cholesterol in het bloed. Op de plek waar het aan-

Dwarsdoorsnede van een verkalkte ader.

Dwarsdoorsnede van een verkalkte ader.

slibsel ontstaat, dringen witte bloedcellen de bloedvatwand binnen en raakt het ontstoken. Atherosclerose is dus in zekere zin een overdreven afweerreactie tegen eigen lichaamsweefsel. Johan Kuiper, hoogleraar Therapeutische Immunomodulatie, heeft een grote Europese subsidie ontvangen voor een project dat beoogt om die ontstekingsreactie door middel van een vaccin in te dammen of zelfs te voorkomen. Een vaccin tegen een infectie met een bacterie of virus is er op gericht het immuunsysteem alerter te maken en voor te bereiden op een krachtige afweerreactie. Dat gebeurt door immuuncellen van een bepaald type (CD8+ T-cellen) te werven  die specifiek die ene indringer aanvallen.

Vaccinatie kan er echter ook toe leiden dat het immuunsysteem niet reageert op iets wat normaliter een ontstekingsreactie zou veroorzaken. Kuipers vaccin werft een ander type immuuncellen (CD4+ T-cellen) die een verminderende werking hebben op ontstekingen. Deze T-cellen herkennen de lichaamseigen eiwitten in de bloedvatwand en verminderen de auto-immuunactiviteit tegen deze eiwitten.

Niet meer levenslang medicijnen slikken

In het gunstigste geval zou een vaccinatie tegen atherosclerose maar enkele keren te hoeven worden toegediend, waarna het lichaam lange tijd beschermd is. Dat is een heel wat gunstiger vooruitzicht dan levenslang medicijnen slikken om het cholesterolgehalte in het bloed laag te houden. Iets wat meer dan een miljoen Nederlanders nu doen.

Eerste toedieningen geneesmiddel aan de mens optimaal benutten

Zoveel mogelijk informatie verzamelen bij de toediening van een nieuw geneesmiddel aan mensen, kan veel kosten besparen.


Zoveel mogelijk informatie verzamelen bij de toediening van een nieuw geneesmiddel aan mensen, kan veel kosten besparen in de verdere ontwikkeling van een middel en de veiligheid voor patiënten vergroten.  Bovendien wordt snel duidelijk als een veelbelovende stof toch niet geschikt is als geneesmiddel. Het Centre for Human Drug Research (CHDR) in Leiden heeft methoden ontwikkeld om deze doelen te bereiken.

Hoe meet je bij gezonde vrijwilligers en patiënten de gewenste en ongewenste effecten van een potentieel nieuw geneesmiddel? Hoe vertaal je de beschikbare kennis uit het laboratorium in veilige en informatieve experimenten met menselijke proefpersonen? Welke metingen, proeven of scans leveren de meeste betrouwbare informatie op? Dat is het soort vragen waar de klinisch farmacologen van CHDR de antwoorden op zoeken.

Dagelijks worden hier geneesmiddelen getest, meestal in opdracht van sponsors uit de farmaceutische industrie maar ook heel vaak in samenwerking met onderzoekers van LUMC en Universiteit Leiden. Vroeger werden nieuwe geneesmiddelen alleen door de farmaceutische industrie ontwikkeld, maar in toenemende mate worden middelen direct ontwikkeld in het LUMC.

'Pijnlijke' tests

CHDR onderzoekt geneesmiddelen tegen uiteenlopende klachten en ziekten, van pijn tot dementie, van multiple sclerose tot hart- en vaatziekten, van psychiatrische aandoeningen tot trombose. Een nieuw middel wordt meestal eerst getest in gezonde vrijwilligers. Ook al zijn zij zelf niet ziek of hebben zij geen pijn, met gerichte tests kan er wel veel nuttige informatie verzameld worden. Zo kan duidelijk worden of het middel de plek bereikt waar het moet werken (bijvoorbeeld de hersenen). Ook kunnen verschillende effecten in kaart worden gebracht, bijvoorbeeld als de proefpersoon er minder alert door wordt. Met beeldvormende technieken zoals PET-scans en MRI kan gekeken worden waar het middel terechtkomt en of het veranderingen veroorzaakt. En om het effect van een pijnstiller te meten, heeft het CHDR een aantal 'pijnlijke' tests, zoals afwisselende warmte en kou. De klinisch farmacologen kijken telkens ook of er een verband is tussen veranderingen bij de proefpersoon en de concentratie van het middel in het bloed. Als die verandering (bijvoorbeeld pijnstilling, of een bijwerking zoals duizeligheid) gelijk opgaat met de hoeveelheid geneesmiddel, is het waarschijnlijk een effect van dat geneesmiddel.

Gezonde of zieke proefpersonen

De laatste jaren doet CHDR steeds meer onderzoek bij patiënten. Daar is ruimte genoeg voor in het nieuwe gebouw in het Leidse BioScience Park, waar de bovenste verdieping helemaal is ingericht voor gezonde of zieke proefpersonen. En soms worden ook studies verricht bij patiënten in het LUMC of het VUmc in Amsterdam. In alle gevallen gaat het om kleine aantallen patiënten bij wie gekeken wordt of het nieuwe middel zijn belofte enigszins waar kan maken. CHDR richt zich vooral op deze vroege fases in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, al doet het Leidse onderzoeksinstituut de laatste jaren ook vergelijkende studies bij honderden patiënten. Zo'n grote studie is voor farmaceutische bedrijven een hele investering. Het is dus winst als dankzij het onderzoek bij CHDR in een vroeg stadium duidelijk wordt dat een veelbelovende stof toch niet geschikt is. Of als men een betere inschatting kan maken van de meest effectieve en veiligste dosis. Voor patiënten is de winst eveneens duidelijk: een effectieve behandeling met zo min mogelijk bijwerkingen.

Meer info:
www.chdr.nl (engelstalig)
www.proefpersoon.nl

Experts

Wetenschappers in dit multidisciplinaire onderzoeksgebied

  • Dr. Haico van Attikum
  • Prof. dr. Joke Bouwstra
  • Prof. dr. Jaap Brouwer
  • Prof. dr. Adam Cohen
  • Prof. dr. Peter ten Dijke
  • Prof. dr. Miranda van Eck
  • Prof. dr. Piet Hein van der Graaf
  • Prof. dr. Henk Jan Guchelaar
  • Prof. dr. Thomas Hankemeier
  • Dr. Jan den Hartigh
  • Prof. dr. Catherijne Knibbe
  • Prof. dr. Johan Kuiper
  • Prof. dr. Gijs van der Marel
  • Prof. dr. ir. Silvere van de Maarel
  • Prof. dr. Huib Ovaa
  • Prof. dr. Ferry Ossendorp
  • Prof. dr. Hermen Overkleeft
  • Prof. dr. Frits Rosendaal
  • Dr. Kirsten Schimmel
  • Prof. dr. Herman Spaink
  • Dr. Mario van der Stelt
  • Dr. Jesse Swen
  • Prof. dr. Hans Tanke
  • Dr. Marcel Tijsterman
  • Prof. dr. Marcellus Ubbink
  • Prof. dr. Bob van de Water
  • Prof. dr. Gilles van Wezel
  • Prof. dr. Ad IJzerman
  • Dr. Maarten Zandvliet

Dr. Haico van AttikumUniversitair Hoofddocent Humane Genetica

Topics: DNA-schademechanismen, RNA, genetica, tumor

+31 (0)71 526 9624

Prof. dr. Joke BouwstraHoogleraar Drug Delivery

Topics: Medicijntoediening in en op de huid

+31 (0)71 527 4208

Prof. dr. Jaap Brouwer Hoogleraar Moleculaire Genetica

Topics: Biomoleculen, koolhydraten, bacteriële infecties, kanker

+31 (0)71 527 4755

Prof. dr. Adam CohenHoogleraar Klinische Farmacologie

Topics: Centre for Human Drug Research, test van geneesmiddelen in de mens

+31 71 524 6400

Prof. dr. Peter ten DijkeHoogleraar Moleculaire Celbiologie

Topics: Tumorcellen, botvorming, veroudering

+31 (0)71 527 9270

Prof. dr. Miranda van EckHoogleraar Cardio Vascular and Metabolic Therapeutics

Topics: Macrofage genen, aderverkalking, cholesterol

+31 (0)71 527 6238

Prof. dr. Piet Hein van der Graaf Hoogleraar Systeemfarmacologie

Topics: Farmacologie, wetenschappelijk directeur Leiden Academic Centre for Drug Research

+31 (0)71 527 4341

Prof. dr. Henk Jan GuchelaarHoogleraar Klinische Farmacie

Topics: Farmacie, kanker, reumatiek

+31 (0)71 526 3975

Prof. dr. Thomas HankemeierHoogleraar Analytische Biowetenschappen

Topics: Metabolomics, organ-on-a-chip, organen

+31 (0)71 527 4226

Dr. Jan den HartighHoofd Farmaceutische Kwaliteitscontrole & Bioanalyse

Topics: Ziekenhuisapotheker, laboratoriumonderzoek van geneesmiddelen

+31 (0)71 526 2755/ 5185/ 3975

Prof. dr. Catherijne KnibbeHoogleraar Grondslagen van de Individuele Farmacotherapie

Topics: Dosering van medicijnen, kindergeneeskunde, farmocologie

+31 (0)71 527 6276

Prof. dr. Johan KuiperHoogleraar Therapeutische Immunomodulatie

Topics: Aderverkalking, immuuncellen, vaccin

+31 (0)71 527 4378

Prof. dr. Gijs van der MarelHoogleraar Synthetische Organische Chemie

Topics: Immuunsysteem, nucleïnezuren, peptiden, koolhydraten

+31 (0)71 527 4280

Prof. dr. ir. Silvere van de MaarelHoogleraar Medische Epigenetica

Topics: Menselijke genen, spierdystrofie, ziektemechanismen, epigenetica

+31 (0)71 526 9480

Prof. dr. Huib OvaaHoogleraar Chemische Biologie

Topics: Vroege diagnose en behandeling van kanker, biochemische processen van kanker

+31 (0)71 527 4339

Prof. dr. Ferry OssendorpHoogleraar Vaccinbiologie

Topics: Immuunsysteem, vaccinatie, tumoren, infectieziekten

+31 (0)71 526 3800

Prof. dr. Hermen OverkleeftHoogleraar Bio-organische Synthese

Topics: Bio-organische chemie, immunologie

+31 (0)71 527 4342

Prof. dr. Frits RosendaalHoofd afdeling Klinische Epidemiologie

Topics: Trombose, hartkwalen, herseninfarct, hersenbloeding, NEO-studie

+31 (0)71 526 4037

Dr. Kirsten SchimmelHoofd Farmaceutische Ontwikkeling & Medicijnbereiding

Topics: Ziekenhuisapotheker

+31 (0)71 5262612

Prof. dr. Herman SpainkHoogleraar Moleculaire Celbiologie

Topics: Communicatie tussen cellen, microbe, ziektemodellen, tuberculose

+31 (0)71 527 5055

Dr. Mario van der SteltUniversitair docent Chemische Biologie

Topics: Medicinale chemie, medische marijuana, chemische biologie, drug discovery

+31 (0)71 527 4768

Dr. Jesse SwenUniversitair hoofddocent Farmacogenetica

Topics: Personalized medicine, farmacogenetica, ziekenhuisapotheker, geneesmiddelrespons en DNA

+31 (0)71 526 6125

Prof. dr. Hans TankeHoogleraar Moleculaire Celbiologie

Topics: Cellen, chromosomen, erfelijke ziekten, point-of-care testen, drug monitoring

+31 (0)71 526 9201

Dr. Marcel TijstermanHoogleraar Genoomstabiliteit

Topics: DNA-reparatie, genetische mutaties, evolutie, kanker

+ 31 (0)71 526 9669

Prof. dr. Marcellus UbbinkHoogleraar Protein Chemistry

Topics: Eiwitten, eiwit-interactie, enzymen

+31 (0)71 527 4628

Prof. dr. Bob van de WaterHoogleraar Drug Safety Sciences

Topics: Veiligheid van geneesmiddelen

+31 (0)71 527 6223

Prof. dr. Gilles van Wezel Hoogleraar Moleculaire Biotechnologie

Topics: Antibiotica en resistentie, moleculaire microbiologie, microbiële interacties in de bodem, moleculaire schakelaars, genomics

+31 (0)71 527 4310

Prof. dr. Ad IJzermanHoogleraar Farmacochemie

Topics: Moleculaire mechanismen bij werking van geneesmiddelen

+31 (0)71 527 4651

Dr. Maarten ZandvlietZiekenhuisapotheker, hoofd interdivisionele GMP Faciliteit

Topics: Ontwikkeling en productie van: Celtherapie, gentherapie, immuuntherapie van kanker, synthetische vaccins, fluorescente kleurstoffen

+31 71 5264177

Onderwijs

Studenten leren direct van onze onderzoekers

Multidisciplinair onderzoek is een integraal onderdeel van de opleidingen biomedische- en bio-farmaceutische weten-schappen, evenals van de studies biologie, scheikunde en life- en molecular science & technology. Docenten van deze opleidingen maken veelvuldig gebruik van de kennis en ervaring die wordt verworven in het Leidse geneesmiddelen-onderzoek. Met het Leiden Futurelab is daarnaast een begin gemaakt met een post-graduate opleiding geneesmiddelen-ontwikkeling. Hierin worden afgestudeerden klaargestoomd voor een carrière als leidinggevende in de Life Sciences en Health sector.

Fundamenteel onderzoek Bekijk video

Outreach & Nieuws

Wetenschap midden in de maatschappij

Ons onderzoek reikt verder dan de wetenschappelijke wereld alleen. Wetenschappers delen hun vakkennis op scholen, in musea, bij bedrijven en in toegankelijke cursussen. Zo brengen zij de wetenschap naar de maatschappij.

Nieuws

Agenda

Partners

Medical Delta: samenwerking brengt ons verder