Universiteit Leiden Universiteit Leiden | Bij ons leer je de wereld kennen.

Van data naar inzichten

Onderzoek

Vanuit verschillende disciplines werken onderzoekers van de Universiteit Leiden samen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen. U vindt hier een voorbeeld op het gebied van methoden en statistiek binnen de Sociale Wetenschappen.
Overzicht wetenschapsdossiers

Onderzoek

Het belang van goede onderzoeksmethoden

Sociaal wetenschappelijk onderzoek leert ons om menselijk gedrag en maatschappelijke structuren te begrijpen. Deze worden bepaald door veel verschillende factoren. Dat maakt het onderzoek complex en vergroot de kans op onterechte conclusies. Het kiezen van de onderzoeksmethoden en analyses is dan ook erg belangrijk. Ook het aangeven van de grenzen en aannames van het onderzoek is noodzakelijk; ze moeten duidelijk vermeld worden als de resultaten gepubliceerd worden. Op die manier is voor iedereen duidelijk wat de onderzoeker nu precies heeft onderzocht en wat niet.

Recente maatschappelijke en wetenschappelijke discussies over de betrouwbaarheid van sociaal wetenschappelijk onderzoek benadrukken het belang om aandacht te besteden aan onderzoeksmethoden en de verbetering ervan.


Onderzoek onderzocht
Universiteit Leiden heeft een eigen centrum dat het verrichten van wetenschappelijk onderzoek bestudeert en evalueert: het CWTS. Bij het CWTS werken sociale wetenschappers die onderzoek doen naar de dynamiek van wetenschappelijk onderzoek wereldwijd. Hun onderzoeken vergroten de kennis over het internationale wetenschapssysteem en over de evaluatie van wetenschappelijk onderzoek.

De sectie van hoogleraar Methodologie en Statistiek van Psychologisch Onderzoek Mark de Rooij focust op het verbeteren van statistische methodologie. Met behulp van computersimulaties toetsen zij statistische methoden op hun bruikbaarheid bij verschillende soorten onderzoek. Met de uitkomsten stellen ze richtlijnen op waarmee psychologen de juiste methode kunnen kiezen voor hun onderzoeken.


Nieuwe inzichten in onze maatschappij
De aandacht voor methodologie resulteert in opmerkelijke inzichten bij diverse wetenschappelijke disciplines.
Zo ontdekten politicologen Tom Louwerse en Simon Otjes waarom de ene parlementariër veel actiever is dan de andere. Ze onderzochten dit door te kijken naar de hoeveelheden moties, amendementen en parlementaire vragen die de Kamerleden indienden. Zorgvuldige keuze van methode zorgde er ook voor dat Leidse pedagogen inzicht kregen in het welbevinden van kinderen in lawaaierige en stillere kinderdagverblijven.

Economisch antropoloog Erik Bähre onderzocht oorzaken van ongelijkheid en geweld in Zuid-Afrika. Om de invloed van verzekeringsmaatschappijen op het dagelijks leven in Zuid-Afrika te begrijpen, maakt hij gebruik van de zogeheten extended case study. Hij voerde onder meer gesprekken met mensen, nam deel aan het dagelijks leven in townships en analyseerde websites en documenten.

 

Faculteit Sociale Wetenschappen
Centrum voor Wetenschap en Technologie Studies

Naar beter psychologisch onderzoek

Toen psychologen in 2015 honderd studies overdeden, bleek dat tweederde bij herhaling andere uitkomsten gaf. “Onderzoek naar onderzoek is geen luxe, maar een noodzaak”, onderstreept Mark de Rooij, Hoogleraar Methodologie en Statistiek van Psychologisch Onderzoek. “Mijn doel is

om psychologisch onderzoek beter te maken; het dusdanig doordenken van alle stappen van onderzoek zodat het uiteindelijke onderzoek beter wordt. Van onderzoeksvraag tot publicatie.”


Computersimulatie: een fictief Nederland
De Rooij's onderzoeksgroep draagt bij aan beter onderzoek door middel van statistisch onderzoek via computersimulaties. Ze bootsen de echte wereld na door in een computerprogramma fictieve populaties te creëren met specifieke kenmerken. “Ik maak bijvoorbeeld een fictief Nederland, waarin ik weet wat de relatie is tussen mijn voorspeller en mijn uitkomst. Ik weet dus wat de waarheid is.”

 

Naar beter psychologisch onderzoek

Wat is echt kennis?
Op deze controleerbare populaties toetst De Rooij vervolgens of de statistische methoden die psychologen gebruiken voor onderzoek naar bijvoorbeeld neuroticisme of depressie kloppen. Dit kan complexe berekeningen tot gevolg hebben: “De ene keer doet mijn computer in anderhalf uur 5000 analyses waarbij ik uit 50 populaties steeds 100 steekproeven neem. Een andere keer hebben we alle computers van de hele faculteit van vrijdagavond na sluitingstijd tot aan maandagmorgen vroeg laten draaien om zo’n onderzoek uit te voeren.”

Met de resultaten van dit onderzoek kan De Rooij zien of de statistische techniek echt vindt wat het moet vinden. Het geeft inzicht in hoeverre de gebruikte methode van steekproef nemen en analyse daadwerkelijk zorgt dat er een algemene uitspraak kan worden gedaan over een hele populatie. Zo komen resultaten van psychologisch onderzoek in de richting van betrouwbare kennis. 


Complexiteit sociale wetenschappen
In elk onderzoek heb je natuurlijk een foutmarge. “Het speciale aan psychologie en alle sociale wetenschappen is dat wij veel dingen niet direct kunnen observeren. Ik kan wel iemands lengte meten, maar ik kan niet zien in welke mate die persoon depressief is. Een psycholoog meet dat met een bepaald psychologisch instrument, zoals een test of een vragenlijst. Die zijn nooit 100% accuraat. Wij hebben altijd te maken met meetfouten, omdat ieder mens in iedere situatie anders is. Dat is dus het lastige en complexe in sociaal wetenschappelijk onderzoek. Geen mens is immers precies gemiddeld, terwijl we bij onderzoek wel conclusies trekken over kenmerken van de zogenaamde gemiddelde mens.”


100% reproduceerbaar
Door middel van de computersimulatie heeft De Rooij echter de beschikking over een stabiele populatie. Hiermee kan hij de techniek net zolang herhalen tot er bijna geen foutmarge meer is. “Het onderzoek dat ik doe is 100% reproduceerbaar. Iemand in Bangladesh of New York kan hetzelfde doen en krijgt dan precies dezelfde resultaten. Dus de kennis die dit oplevert blijft ook kennis.”

Met die kennis stelt De Rooij's onderzoeksgroep richtlijnen op die psychologen laten zien of ze voor hun onderzoek de getoetste statistische techniek kunnen gebruiken en of de analyse van hun data hun eigenlijk wel vertelt wat ze willen onderzoeken. Zo verbetert psychologisch onderzoek en komen we tot  kennis waar we op voort kunnen blijven bouwen.

Onderzoek naar wetenschap

Onderzoek naar onderzoek verbetert wetenschap. Het Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies (CWTS) bestudeert en evalueert op verschillende manieren het wetenschappelijk systeem. Het CWTS zorgt bijvoorbeeld voor inzicht in de productiviteit en impact

van wetenschappers door in kaart te brengen hoeveel publicaties een wetenschapper of universiteit produceert en hoe vaak die publicaties worden geciteerd.

Onderzoek naar wetenschap


Appels en peren
Vorig jaar rapporteerde het Engelse Research Excellence Framework dat Britse biomedische onderzoekers in 2014 ruim twee keer zo veel toppublicaties geschreven hadden als in 2008. Deze verdubbeling in 6 jaar tijd zou natuurlijk een geweldige prestatie zijn. CWTS-onderzoeker Thed van Leeuwen dook samen met Engelse collega’s in deze opmerkelijke evaluatiestudie. Bij het bestuderen van de data waarop de uitspraak berustte, zag Van Leeuwen dat bij de evaluatie van 2014 publicaties in tijdschriften met lagere impactfactoren niet werden meegenomen, maar in de evaluatie van 2008 wél. Dat is een beetje hetzelfde als het ene jaar te kijken naar het gemiddelde van je hele schoolrapport en het volgende jaar het gemiddelde te nemen van alleen je hogere rapportcijfers. Het lijkt dan net alsof je veel beter geworden bent, maar eigenlijk ben je appels met peren aan het vergelijken. Van Leeuwen rekende uit dat het Britse biomedisch onderzoek in het echt ‘maar’ een vooruitgang geboekt had in de ordegrootte van 10 tot 25%.

Dit voorval laat het belang van transparant onderzoek zien. Een juiste definitie en berekening van indicatoren is belangrijk, maar ook goede kwaliteit van de data, het fundament van een onderzoek. Van Leeuwen: “De kwaliteit van de dataverzameling doet er echt toe. Vaak wordt dit deel van het gehele onderzoeksproces onderschat en ondergewaardeerd. Het verzamelen van onderzoeksgegevens wordt vaak gezien als saai, routinematig, en zeker minder ’spannend’ dan de analyses van die data. Maar data en alles wat daarmee te maken heeft is juist van cruciaal belang bij het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Het aloude gezegde ‘Garbage in, garbage out’ doet hier keihard opgang.”


Wetenschappelijke productiviteit meten
Het CWTS is gespecialiseerd in bibliometrie, waarin bijvoorbeeld statistieken worden geproduceerd van het aantal publicaties dat universiteiten en wetenschappers publiceren en het aantal keer dat die publicaties worden geciteerd. Dankzij bibliometrie krijgen we onder meer inzicht in de wetenschappelijke output en impact van universiteiten en wetenschappers. De cijfers worden vaak gebruikt als een graadmeter voor de ‘rankings’ van universiteiten, die over de hele wereld worden gepubliceerd. Omdat beleidsmakers en bestuurders rondom wetenschapsbeoefening steeds meer waarde hechten aan kwantitatieve informatie moeten de cijfers betrouwbaar en (zelfs in de tijd) met elkaar te vergelijken zijn.

Bij het uitvoeren van bibliometrisch onderzoek lopen CWTS-onderzoekers tegen fouten en onnauwkeurigheden aan in de data. Van Leeuwen: “Bij een analyse  van een universiteit komt het vaak voor dat onderzoekers slordig zijn bij de opgave van  adressen van de universiteit waar ze werken. Dan komt een instelling op verschillende manieren voor in de databestanden die we gebruiken.” Het CWTS zorgt ervoor dat de verschillende verschijningsvormen van een instelling of auteur onder één noemer worden gebracht en stelt ook standaarden op voor het bijvoorbeeld wel of niet bij een universiteit rekenen van universitaire ziekenhuizen.

“Een ander probleem is dat van de homoniemen en synoniemen wanneer we kijken naar individuen: er zijn meerdere hondjes die Fikkie heten, oftewel één naam kan vaak behoren bij meerdere onderzoekers, maar er  zijn ook meerdere manieren om Fikkie te spellen. Onderzoekers publiceren namelijk vaak onder verschillende varianten van hun volle naam.”

De bevindingen van het bibliometrisch onderzoek van het CWTS worden gebruikt bij het maken van de CWTS Leiden Ranking, waarin een overzicht wordt gegeven van de prestaties van een groot aantal universiteiten wereldwijd gemeten op basis van bibliometrische statistieken, zoals het aantal veel geciteerde publicaties. Het unieke van de Leiden Ranking is dat, naast een transparante methodologie, het CWTS ook geavanceerdere indicatoren gebruikt om een indicatie te geven van de wetenschappelijke impact die universiteiten hebben. Hiermee probeert het CWTS een zo nauwkeurig mogelijk beeld te geven van de prestaties van de ene universiteit ten opzichte van de andere.

Het gedrag van parlementariërs

Sommige parlementariërs zijn erg actief en anderen minder. Hoeveel voorstellen en vragen Tweede Kamerleden indienen, wordt onder meer bepaald door de activiteit van hun collega’s in commissies in plaats van door persoonlijk verkiezingsvoordeel zoals in het buitenland het geval is, ontdekte

politicoloog Tom Louwerse door middel van statistische analyse.
 

Inzicht in het gedrag van parlementariërs kan de kiezer helpen op wie te stemmen. Dat iemand die lager op de verkiezingslijst staat minder actief is heeft niet altijd te maken met zijn inzet, maar met zijn omgeving. Het onderzoek laat ook zien dat parlementariërs zich niet alleen inzetten om stemmen te trekken, maar dat de sociale normen uit hun omgeving bepalend zijn voor hun activiteit.

Parlementariërs in de Tweede Kamer

Parlementariërs in de Tweede Kamer

Van Kok II tot en met Rutte I
Voor het onderzoek Personalised parliamentary behaviour without electoral incentives: the case of the Netherlands (2016) definieerden Louwerse en zijn collega-politicoloog Simon Otjes de activiteit van een parlementariër als de hoeveelheid moties, amendementen en Kamervragen die de parlementariër indient. Ze inventariseerden de cijfers hiervan voor elke parlementslid tijdens de kabinetten Kok II, Balkenende I t/m IV en Rutte I. Met deze gegevens gingen ze onder meer op zoek naar de relatie tussen de activiteit van een parlementariër en zijn lijstpositie, zijn mate van specialisatie en de activiteit van zijn commissiegenoten.


Aanstekelijk gedrag
Via een regressieanalyse achterhaalden Louwerse en Otjes welke van hun mogelijke verklaringen het meest aannemelijk zijn. Zo bleek de mate van activiteit binnen een commissie inderdaad aanstekelijk te werken: hoe actiever de leden van de commissie, hoe meer moties, amendementen en vragen er werden ingediend. Louwerse: “Het blijkt dat de politici zich aanpassen aan wat gebruikelijk is in hun partij en in de zittende parlementaire commissie. In een commissie als Buitenlandse zaken worden maar weinig moties ingediend, terwijl in andere commissies dat instrument juist veel wordt gebruikt. Kamerleden volgen die gebruiken."

Uit de resultaten was ook af te leiden dat gespecialiseerde Kamerleden minder actief zijn en dat een hoge positie op de verkiezingslijst leidt tot het indienen van meer moties en vragen. Er bleek daarentegen geen effect van lijstpositie op het indienen van amendementen.

De onderzoekers dachten dat kans op promotie binnen de partij ook een reden zou zijn waarom parlementariërs zich meer zouden inzetten, maar hun analyse gaf voor deze verwachting geen steun.

Louwerse: “Dat zou onder andere kunnen komen omdat we geen goed onderscheid kunnen maken tussen Kamerleden die promotie nastreven, zij die hun leiderschapsfuncties willen beschermen en Kamerleden die liever op de achtergrond blijven. Daar ligt een interessant terrein voor verder onderzoek.”

Het welbevinden van baby’s en peuters

Wat is het beste voor een baby of peuter: veel of juist weinig herrie in een kinderdagverblijf? Het onderzoek van pedagoge Claudia Werner toont aan dat kleine kinderen bij een beetje lawaai zich het meest op hun gemak voelen. Bij dit soort onderzoek is de keuze van de analysemethode zeer

belangrijk. Wanneer onvoldoende wordt nagedacht over verschillende alternatieven, kunnen bepaalde relaties verkeerd worden geïnterpreteerd of zelfs volledig over het hoofd worden gezien.

 

Niet te lawaaierig of te stil
Kinderen voelen zich minder prettig bij zowel zeer lage en zeer hoge geluidsniveaus en ook in situaties met kleine of juist heel grote geluidsvariabiliteit (pieken en dalen). Dat ontdekte Leids pedagoge Claudia Werner. Werner onderzocht in 64 kinderdagverblijven de samenhang tussen geluid en emotioneel welbevinden van kinderen (0-4 jaar).

Omdat het lastig is om kleine kinderen te laten vertellen over hun gedrag, mat Werner het

Het welbevinden van baby’s en peuters

welbevinden van kinderen door systematische observaties; ze keek of de kinderen ontspannen waren, of ze open stonden voor contact met anderen en of ze plezier hadden. Voor dit onderzoek werkte Claudia Werner onder andere samen met collega-pedagoge Mariëlle Linting. Linting onderwijst methoden en technieken aan Universiteit Leiden.


De juiste analysemethode kiezen
Om verbanden tussen de gegevens te kunnen vinden is het allereerst belangrijk om na te denken over wat voor soort relatie  ze mogelijk met elkaar hebben. Bij bovengenoemd onderzoek zou je kunnen verwachten dat er een lineair verband bestaat: meer herrie gaat samen met minder welbevinden. Maar het kan ook zijn dat het verband niet lineair is. Als de wetenschapper - op basis van die verwachte relatie - gekozen had voor de meest gebruikelijke analysemethode voor dit type data, dan was ze alleen in staat geweest om lineaire relaties in de data te ontdekken. In dat geval zou de uitkomst van het onderzoek zijn geweest dat er geen relatie bestaat tussen geluid en welbevinden op kinderdagverblijven. In dit onderzoek is echter gekozen voor een analysemethode die geschikt is om ook niet-lineaire relaties terug te vinden, waarmee duidelijk wordt dat baby’s en peuters zich niet alleen minder prettig voelen bij heel veel herrie, maar ook in een hele stille omgeving. Het welbevinden is het hoogst in situaties met een beetje rumoer. Deze relatie zou volkomen onontdekt zijn gebleven bij gebruik van alleen de standaard analysemethode.

Maatschappelijke vraagstukken begrijpen

In Zuid-Afrika zijn ongelijkheid en geweld de twee grootste problemen. Waar komen die problemen vandaan? Misschien hangen ze samen met rivaliserende groepen, misschien met economische factoren, met overheidsbeleid of met alle drie tegelijk. Om maatschappelijke problemen te

begrijpen, is het belangrijk om ze binnen een context te onderzoeken. De extended case study is een goede methode om dit voor elkaar te krijgen.

 

De invloed van verzekeringsmaatschappijen op het dagelijks leven
Wat voor effect financiële producten kunnen hebben op het dagelijks leven is onderwerp van onderzoek van economisch antropoloog en ontwikkelingssocioloog Erik Bähre. Het beleid van verzekeringsmaatschappijen bijvoorbeeld kan onverwachte gevolgen hebben voor verzekerden en hun omgeving.

De belangrijkste onderzoeksinteresse van Erik

Maatschappelijke vraagstukken begrijpen

Bähre is het effect van economische veranderingen op persoonlijke relaties. Hij is gespecialiseerd in Zuid-Afrika. Bähre startte in september 2016 met het onderzoek Moralising Misfortune: A comparative anthropology of commercial insurance, waarvoor hij een vijfjarige toelage vanuit de Europese Research Council gekregen heeft. Met dit project breidt hij het onderzoek - dat tot nu toe heeft plaatsgevonden in zijn specialisatie-gebied Zuid-Afrika - uit in de landen Brazilië, Frankrijk, India, Nederland en de V.S.

Het onderzoek behandelt onder andere het vraagstuk: welke kwesties ontstaan als verzekeringsmaatschappijen sociale aspecten - zoals verantwoordelijkheid en solidariteit - gaan definiëren. Hierbij kijken Bähre en zijn team bijvoorbeeld naar hoe de verhoudingen in een buurt of binnen een familie veranderen als een verzekeringsmaatschappij ingrijpt in het dagelijks leven.


Meedraaien in het dagelijks leven
De extended case study is de belangrijkste methode voor dit project. Hiermee kan de onderzoeker een zo compleet mogelijk beeld krijgen van specifieke gebeurtenissen. 'Extended' betekent in dit verband 'zeer uitgebreid, zeer inclusief'. Iedereen die maar iets te maken heeft met het onderzoeksonderwerp is onderdeel van het onderzoek. Vaak leiden gesprekken tot nieuwe namen van mensen die betrokken zijn bij het onderwerp en zo trekt de onderzoeker de lijn van het onderzoek door. Uiteraard is de onderzoeker afhankelijk van de bereidwilligheid van mensen om mee te werken. Dat hangt over het algemeen sterk af van het karakter van de gebeurtenissen. Bij sommige onderwerpen kun je het onderzoek vrij makkelijk uitvoeren en bij andere onderwerpen - zoals een begrafenis - niet.

Bähre: "Er zijn diverse spanningsvelden tussen beleid en praktijk, tussen buren, tussen verzekeringsmaatschappijen. We kijken of we kunnen verklaren waarom verschillende mensen een bepaalde gebeurtenis anders ervaren." Dat doet hij onder andere met participerende observatie in de townships van Zuid-Afrika, waarbij hij deelneemt aan het dagelijks leven. Daarnaast brengt hij veel tijd door met mensen die op verschillende manieren verbonden zijn met de casus: "Ik ga bij ze langs, het liefst thuis als dat mogelijk is, ik ga naar bijeenkomsten, ik doe open interviews, houd soms ook surveys. Daarnaast interview ik verzekeringswiskundigen over hun overwegingen en analyseer ik onder andere websites en beleidsdocumenten van verzekeringsmaatschappijen. Het doel van een extended case study is om zoveel mogelijk aspecten van een fenomeen te onderzoeken."

Experts

Wetenschappers in dit multidisciplinaire onderzoeksgebied

  • Mark de Rooij
  • Thed van Leeuwen
  • Mariëlle Linting
  • Tom Louwerse
  • Erik Bähre
  • Brenda van Coppenolle
  • Elise Dusseldorp
  • Marjolein Fokkema
  • Joost van Ginkel
  • Zane Kripe
  • Marianne Maeckelbergh
  • Michael Meffert
  • Huib Pellikaan
  • Sarah de Rijcke
  • Ralph Rippe
  • Rebekah Tromble
  • Anja van der Voort
  • Mark Westmoreland
  • Tom Wilderjans
  • Paul Wouters

Mark de RooijHoogleraar Psychologie

Topics: Methodologie en Statistiek van Psychologisch Onderzoek

+31 (0)71 527 4102

Thed van LeeuwenOnderzoeker Centrum voor Wetenschap en Technologie Studies

Topics: Organisatie van onderzoek, wetenschapsbeleid, bibliometrie

+31 (0)71 527 3970

Mariëlle LintingUniversitair hoofddocent Pedagogische Wetenschappen

Topics: Methodologie, kind- en familiestudies, gevoeligheid en geluid in bij zorg in huis en op kinderdagverblijven

+31 (0)71 527 4098

Tom LouwerseUniversitair docent Politieke Wetenschap

Topics: Politieke representatie, parlementen, politieke partijen, verkiezingen, peilingen en stemhulpen, onderzoeksmethoden

+31 (0)71 527 8068

Erik Bähre Universitair hoofddocent Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie

Topics: Economische antropologie, mixed methods, Afrika

+31 (0)71 527 3997

Brenda van Coppenolle Universitair docent Politieke Wetenschap

Topics: Identiteiten van volksvertegenwoordigers, veranderingen in politieke representatie bij institutionele wijzigingen, politieke ongelijkheid en politieke carrières in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk

+31 (0)71 527 2727

Elise DusseldorpUniversitair Hoofddocent Psychologie

Topics: Statistieke methoden om voorspellingen te doen, machine learning methodes, meta-analyse

+31 (0)71 527 8046

Marjolein FokkemaUniversitair docent Psychologie

Topics: Toepassing van algortimen en modellen bij het verbeteren van efficiency en nauwgezetheid van assesments binnen de klinische psychologie

+31 (0)71 527 7996

Joost van GinkelUniversitair docent Pedagogische Wetenschappen

Topics: Statistiek, kind- en familiy studies

+31 (0)71 527 3620

Zane Kripe Universitair docent Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie

Topics: Startup companies Singapore, open interviews, participerende anticipatie, tekeningen als veldwerkaantekeningen

+31 (0)71 527 2727

Marianne Maeckelbergh Universitair hoofddocent Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie

Topics: Democratie en radicale elementen binnen sociale bewegingen en burger projecten, gebruik van digitale technologie binnen deze bewegingen

+31 (0)71 527 3433

Michael MeffertUniversitair docent Politieke Wetenschap

Topics: Politieke psychologie en politieke communicatie, m.n. gemotiveerde informatieverwerking, selective exposure, strategisch stemmen

+31 (0)71 527 3862

Huib Pellikaan Universitair docent Politieke Wetenschap

Topics: Politieke theorie, methoden en technieken

+31 (0)71 527 3916

Sarah de RijckeUniversitair docent Centrum voor Wetenschap en Technologie

Topics: Samenspel tussen kennisproductie en wetenschapsbeleid, wetenschappelijke verantwoording, meten van wetenschappelijke prestaties

+31 (0)71 527 6853

Ralph RippeUniversitair docent Pedagogische Wetenschappen

Topics: Statistiek bij onderzoek naar obesitas, consultatie statistiek voor onderzoekers, promovendi en studenten, software-ontwikkeling

+31 (0)71 527 3889

Rebekah Tromble Universitair docent Politieke Wetenschap

Topics: Politieke communicatie, international verhoudingen, sociale bewegingen, Moslim politiek

+31 (0)71 527 3929

Anja van der Voort Universitair docent Pedagogische Wetenschappen

Topics: Sensitief ouderschap, probleemgedrag, temperament, methode en statistiek

+31 (0)71 527 4036

Mark WestmorelandUniversitair hoofddocent Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie

Topics: Midden-Oosten, visuele etnografie

+31 (0)71 527 3773

Tom WilderjansUniversitair docent Psychologie

Topics: Nieuwe manieren van data analyse binnen de Sociale Wetenschappen

+31 (0)71 527 6058

Paul WoutersHoogleraar Scientometrie

Topics: Geschiedenis van de wetenschappelijke citatie-index, scientometrie, citatie-analyse

+31 (0)71 527 3909

Onderwijs

Voorbereiding op leidende functies in een complexe maatschappij

De Universiteit Leiden heeft een lange onderwijstraditie op gebied van de sociale wetenschappen. De faculteit Sociale Wetenschappen biedt studenten een gedegen sociaalwetenschappelijke opleiding in de culturele antropologie, de pedagogische wetenschappen, de politicologie en de psychologie. De opleidingen brengen studenten in de bachelor fase een stevige wetenschappelijke basis bij om hen voor te bereiden op leidende functies in een complexe maatschappij. De studenten worden opgeleid tot onderzoekers en krijgen vaardigheden mee voor loopbanen binnen en buiten de wetenschap.

Outreach & Nieuws

Nieuws

Agenda