Universiteit Leiden Universiteit Leiden | Bij ons leer je de wereld kennen.

Veiligheid en dreiging

Onderzoek

Vanuit verschillende disciplines werken onderzoekers van de Universiteit Leiden samen aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen. U vindt hier een voorbeeld op het gebied van politiek en bestuur.

Overzicht wetenschapsdossiers

Onderzoek

De angst te lijf

Onderzoek is de basis voor goed veiligheidsbeleid. Door motieven van geradicaliseerden te analyseren en de grootste risico’s rond digitaal verkeer in kaart te brengen helpen Leidse onderzoekers met het opstellen van gedegen maatregelen.

<p>Hoe zorgen we ervoor dat burgers zich veilig blijven voelen? (Foto: Olaf Kraak ANP)</p>

Hoe zorgen we ervoor dat burgers zich veilig blijven voelen? (Foto: Olaf Kraak ANP)

Terrorisme vormt een wereldwijde bedreiging en mist ook zijn uitwerking op de Nederlandse samenleving niet. Aanslagen, zoals die in Brussel en Nice, brengen de terrorismedreiging akelig dicht bij onze grenzen. Hoe en waarom plegen terroristen aanslagen? Hoe kunnen we hun plannen verijdelen en ervoor zorgen dat burgers zich veilig (blijven) voelen? Hoe gaan we om met de risico’s rondom internet?

Leidse wetenschappers zoeken antwoorden op deze vragen. Ze delen hun inzichten met andere onderzoekers, binnen- en buitenlandse overheden en met het brede publiek. Dankzij hun werk hebben we een beter begrip van terroristen, en kunnen overheden zich beter weren tegen dit gevaar.

Zo brengen ze de motieven in kaart van Foreign Fighters om naar oorlogshaarden te gaan. Onderzoek naar hun beweegredenen en hun sociale omgeving kan helpen om dit te verhinderen. Ook kijken ze naar het tegengaan van radicalisering tijdens en na gevangenschap: hoe bewerkstellig je dat? Een ander aspect van veiligheid is beveiliging van het digitale verkeer: hoe doe je dat, en welke wettelijke kaders spelen daarbij een rol?

100% veiligheid bestaat niet

Onderzoekers en beleidsmakers spannen zich in om  veiligheid te vergroten, maar er bestaat niet zoiets als ‘honderd procent veiligheid.’ Bibi van den Berg, onderzoeker op het terrein van cybersecurity, zegt daarover: “De wereld is nooit veilig geweest, maar in het verleden was de mens veel meer afhankelijk van het lot. Sommige gebeurtenissen overkwamen je nu eenmaal. Door technologie hebben we de invloed van het lot kunnen beperken. Ons leven is nu zó veilig dat we onveiligheid niet meer accepteren. Het is als samenleving heel belangrijk om te beseffen dat we niet kunnen voorkomen dat er nare gebeurtenissen zullen plaatsvinden.”

Meer informatie:

Institute of Security and Global Affairs
Cyber Security Academy The Hague
Faculteit Governance and Global Affairs

Foreign fighters

Inzicht in de beweegredenen van de foreign fighters om te gaan vechten in oorlogsgebieden en het analyseren van sociale omgeving biedt handvatten om te voorkomen dat ze vertrekken.


Het aantal Nederlandse jongeren dat naar Syrië gaat om mee te vechten is sinds 2013 aanzienlijk toegenomen. Dat baart zorgen, want deze zogeheten foreign fighters nemen gevechtstraining en ideologie mee als ze weer terugkeren. Hoogleraar Terrorisme en Contraterrorisme Edwin Bakker doet, zowel in Europees verband als in opdracht van de Nederlandse regering, onderzoek naar deze strijders. Hoe gevaarlijk zijn ze, en wat kunnen we doen om dat potentiële gevaar te beperken? Om die 

Foreign fighters

vragen te beantwoorden spraken hij en zijn collega's persoonlijk met strijders die zijn teruggekeerd naar Nederland en met familie van jongeren die vertrokken zijn of wilden vertrekken en brachten alle bekende informatie over Europese foreign fighters in kaart. Op dit moment (najaar  2015, red.) zijn er meer dan 4000 Europese foreign fighters, waarvan meer dan 200 uit Nederland, enkele honderden uit België, en rond de 1000 uit Engeland en Frankrijk.

Aanlokkelijke carrièresprong

Bakker: “De beweegredenen voor jongeren om te gaan strijden zijn heel verschillend. Van overtuiging (ze zien het als een verplichting van het geloof, net als naar Mekka gaan), tot gedrag overnemen ('mijn beste vriend ging ook'), tot oprecht willen helpen of inhoud willen geven aan hun leven. Sommige jongens hebben hier problemen thuis, met geld, opleiding of met Justitie. Dan horen ze over de mogelijkheid om te vertrekken. Binnen anderhalve dag reizen zijn ze opeens een strijder die 'opgeroepen is om onder de heilige vlag van de islam families te gaan beschermen'. Dat is natuurlijk een aanlokkelijke carrièresprong.”

Getraumatiseerd

Teruggekeerde  foreign fighters vormen een potentiële bedreiging omdat een deel van hen getraumatiseerd of geradicaliseerd terugkomt en kan overgaan tot gebruik van geweld. Uit Amerikaans onderzoek naar incidenten onder veteranen uit de oorlogen in Irak en Afghanistan blijkt dat zij last hebben van een posttraumatische stressstoornis omdat ze iets verschrikkelijks hebben meegemaakt. “De kans dat strijders verschrikkelijke dingen in Syrië meemaken is heel groot en daarbij komt dat militairen op dit soort heftige situaties worden voorbereid. De jongeren die gaan vechten helemaal niet. Het gebrek aan voorbereiding is vragen om problemen. De kans dat ze daar doordraaien of doorgedraaid terugkomen is groot.

Belangrijke rol voor moeders

“Bij het voorkomen dat de jongeren naar Syrië vertrekken is in de eerste plaats een belangrijke rol weggelegd voor ouders, vooral moeders. Wat de overheid kan doen is het bewustzijn vergroten van het verschijnsel en voor betrokkenen (ouders, leerkrachten, sociaal werkers) een beeld schetsen van het proces dat kan leiden tot een reis naar Syrië of Irak, zodat ze signalen kunnen herkennen en bij een vermoeden van radicalisering de politie of een nieuwe hulplijn met betrekking tot radicalisering kunnen bellen.”

Arrestatie, detentie en vrijlating van jihadisten

Mensen die worden opgepakt omdat ze verdacht worden van het voorbereiden van een aanslag, lopen tijdens of na gevangenschap het risico te radicaliseren. Wel of niet arresteren vraagt om een zorgvuldige afweging. Aan het einde van de gevangenisstraf is het belangrijk het re-integratieproces goed te begeleiden.


Sinds de aanslagen van 11 september zijn er wereldwijd, en ook in Nederland, wetten aangenomen die het makkelijker maken om personen op te pakken die verdacht worden van het voorbereiden van een aanslag. Hierdoor vinden er meer arrestaties plaats, maar wordt de kans dat verdachten radicaliseren groter. De daders van de Charlie Hebdo-aanslag en de schutter van Toulouse hadden allen een crimineel verleden en radicaliseerden in de gevangenis.

Daan Weggemans en Beatrice de Graaf in talkshow Pauw


Hoe zorg je dat (verdachte) jihadisten niet in de gevangenis of na hun vrijlating verder radicaliseren? Met die vragen in het achterhoofd keken de Leidse terrorismedeskundigen Daan Weggemans en Beatrice de Graaf (Universiteit Utrecht, voorheen Universiteit Leiden) in een verkennend onderzoek naar het proces rondom arrestatie, detentie en vrijlating van jihadisten in Nederland. Sinds de opening van de zwaarbewaakte terrorisme-afdeling in de gevangenis in Vught in 2006 zaten daar ruim 80 personen vast; sommigen twee weken, anderen een paar jaar. Weggemans en De Graaf spraken voor hun onderzoek onder meer met gedetineerden, ex-gedetineerden, politie en hulpverleners over hun ervaringen.

Lastige afweging

Hoe kom je als gevangene op een terrorisme-afdeling terecht? Weggemans: “Je wordt dan verdacht van een aan terrorisme gerelateerd misdrijf. Dit kan zijn het voorbereiden van een aanslag, of het geven van financiële steun aan bepaalde organisaties. Probleem voor de overheid is dat er telkens een lastige afweging moet worden gemaakt of iemand een reëel gevaar vormt en inderdaad schuldig is. Hoe dan ook: veel verdachten worden uiteindelijk niet veroordeeld omdat ze onschuldig blijken te zijn of omdat er te weinig bewijs is.”


Sterker woedegevoel

Wel of niet oppakken is een belangrijke vraag omdat verdachten juist in de gevangenis kunnen radicaliseren of tot inkeer kunnen komen. “Sommige mensen ontwikkelen een sterker woedegevoel juist omdat ze zijn opgepakt, of vinden bevestiging van hun ideologische gedachten door contact met andere gedetineerden. Maar gesprekken met anderen kunnen er ook toe leiden dat ze extreme ideologie juist laten varen. Dit verschilt per geval en hierover zullen betrokken pro-

Juist in de gevangenis kunnen verdachten radicaliseren of tot inkeer komen

Juist in de gevangenis kunnen verdachten radicaliseren of tot inkeer komen

fessionals en instanties steeds afwegingen moeten maken bij het ontwikkelen van beleid.”

Succesvolle re-integratie

Na het einde van de gevangenisstraf is een succesvolle re-integratie in de samenleving cruciaal voor lange termijn veiligheid. “Voor harde conclusies is het nog te vroeg”, zegt Weggemans. “Maar uit de gesprekken die wij hebben gevoerd komen drie belangrijke aanbevelingen naar voren. Ten eerste: ex-gedetineerden stimuleren  om contact te hebben met (niet geradicaliseerde) familie en vrienden. Of om nieuwe contacten op te doen, bijvoorbeeld bij een sportvereniging. Dat kan onder meer door voor iemand een huis te vinden dat in de buurt is van die sociale contacten. Een tweede factor: Begeleiding bij praktische zaken zoals het vinden van een baan. En een derde aanbeveling is: zorg dat een ex-gedetineerde in gesprek komt met experts die kunnen bepalen hoe het met iemand gaat, of die iemand kunnen helpen.”

Stigma

Weggemans en De Graaf zien dat het proces van re-integratie bemoeilijkt wordt door  bepaalde maatregelen. “Het feit dat je bent opgepakt zorgt ten eerste al voor een stigma waar je heel moeilijk vanaf komt”, begint Weggemans. “En dat belemmert, bijvoorbeeld bij het vinden van een baan. Daarbij komt ook nog eens dat sommige verdachten na vrijlating op een internationale VN-lijst van terroristen terecht komen, of ze nou schuldig zijn bevonden of niet. Dat heeft hele nare gevolgen, waaronder het bevriezen van je tegoeden. Ook al heb je een baan en verdien je salaris, je kunt dan niet pinnen. Daarnaast is het ook zo dat sommigen aangeven niet te willen integreren. Dan kan je als maatschappij naast monitoren weinig.”

Naast re-integratie van jihadisten onderzoekt Weggemans ook het re-integratieproces van politiek gevoelige gevangenen, zoals plegers van ernstige geweld- of zedendelicten.

De impact van terrorisme en crisiscommunicatie

Een zorgvuldige reactie op een crisis of daad voorkomt dat er een angstcultuur ontstaat. Ook op die manier zijn we minder kwetsbaar zijn voor terrorisme.


Waarom zijn we zo kwetsbaar voor terrorisme als de kans dat er iets gebeurt zo klein is? “De angst voor een terreurdaad kan een heel krachtig wapen zijn", zegt Edwin Bakker. “De maatschappij en de politiek moeten ervoor zorgen dat de verspreiding van angst zo snel mogelijk wordt ingedamd.” Terroristen hebben in landen die in voortdurende angst leven voor een aanslag feitelijk al succes zonder in actie te hoeven komen. Terrorismebestrijding heeft dan ook twee belangrijke kanten: enerzijds de kans op een terroristische aanslag zo klein mogelijk maken

Protest in Luxemburg na de aanslag op de Charlie Hebdo-redactie in Parijs (foto: Wikipedia Commons)

Protest in Luxemburg na de aanslag op de Charlie Hebdo-redactie in Parijs (foto: Wikipedia Commons)

en anderzijds de onrust en angst onder de bevolking zo veel mogelijk reguleren. De laatste jaren krijgt ook die tweede kant steeds meer aandacht. De reden daarvoor is het groeiende besef dat angst en onrust discriminatie en polarisatie in de hand werken en zelfs kunnen leiden tot radicalisering en zo tot meer terrorisme. De overheid kan een belangrijke rol spelen bij het beperken van de angstcultuur.

Risk society

Die angstcultuur kan tegenwoordig makkelijker ontstaan, zegt Bakker. “We leven in een veranderende maatschappij die risico's niet meer zo goed aankan, de zogeheten risk society. Dat maakt ons extra kwetsbaar voor terrorisme. Zeker in Nederland gaan we soms wel erg ver in het beperken van risico's. Als er een incident is, is de reactie van de politiek vaak: 'dit mag nooit meer gebeuren'. Maar honderd procent veiligheid is een illusie. We kunnen nu eenmaal niet alles voorkomen.  “Misschien zouden overheden en politici dat vaker moeten benadrukken en meer weerbaarheid moeten tonen.”

“Oorlog”

“De politiek heeft een belangrijke rol bij het vergroten of verkleinen van angst. In Nederland hebben we het een keer heel slecht gedaan, namelijk na de aanslag op Theo van Gogh. Daarbij ging het om één man die een andere man heeft gedood. Maar de vicepremier zei, als antwoord op een vraag van een journalist, dat het 'oorlog' was. Zo wekte hij de indruk dat één iemand een oorlog binnen een land kan ontketenen. Daarmee geef je die dader enorm veel macht en je maakt het aantrekkelijk voor een ander om ook iets te gaan doen.”

Apeldoorn

We hebben het ook één keer heel goed gedaan, namelijk met Koninginnedag in Apeldoorn, in 2009. Het was een verschrikkelijke gebeurtenis: een geplande aanslag op het staatshoofd. Als je de beelden terugkijkt schrik je je weer kapot. Wie weet nog wat de laatste woorden van de dader waren? Bijna niemand. De hele dag is verder rustig verlopen, het woord terrorist is nauwelijks gevallen. Kortom: heel goed afgehandeld.”

Burgemeester Ahmed Aboutaleb houdt een toespraak tijdens een demonstratie naar aanleiding van de aanslag op de Charlie Hebdo-redactie in Parijs (foto: ANP).

Burgemeester Ahmed Aboutaleb houdt een toespraak tijdens een demonstratie naar aanleiding van de aanslag op de Charlie Hebdo-redactie in Parijs (foto: ANP).


Handvaten voor beleid en protocollen

“Voor overheden hebben we voorbeelden verzameld om te laten zien wanneer de reactie op een terreurdaad wel en niet verstandig  was. Ook hebben we de beste voorbeelden uit de crisiscommunicatie erbij gehaald. Zo bieden we hen handvaten om beleid en protocollen te formuleren.” De komende tijd richt Bakker’s onderzoek zich op concrete strategieën voor overheden om maatschappijen weerbaarder te maken voor 

terrorisme. Bovendien kijken hij en zijn collega’s op het Institute of Security and Global Affairs breder naar crisiscommunicatie. Zo deed Ruth Prins onderzoek naar de rol van burgemeesters met betrekking tot veiligheid en crisissituaties en hoe zij hierover communiceren. Zij zijn als politici die dicht bij de bevolking staan enorm belangrijk als het gaat om het versterken van het veiligheidsgevoel.

Cybersecurity

Voor veiliger digitaal verkeer is aanscherping van de wettelijke kaders noodzakelijk. Bovendien moeten de grootste cyberdreigingen geïdentificeerd worden.


Digitale technologie speelt een steeds grotere rol in het leven van burgers en consumenten, en in het functioneren van bedrijven en de overheid. Cybersecurity, het waarborgen van veiligheid in het gebruik van digitale technologieën, is daarom steeds belangrijker. Daarbij spelen zowel technische, maar ook organisatorische, economische, juridische en bestuurlijke aspecten een belangrijke rol. Je moet er niet aan denken wat er kan gebeuren als het kwaadwillende hackers lukt om systemen van kritische infrastructuren, zoals Schiphol of havengebied Rotterdam, te kraken. De Leidse universitair hoofddocent Bibi van den Berg doet onderzoek naar de veiligheid van het (Nederlandse en internationale) digitale verkeer en de mogelijkheden om die veiligheid te vergroten.

Eén van de belangrijkste aandachtspunten in haar onderzoek is de verdeling in verantwoordelijkheden op het gebied van cybersecurity tussen overheden, (internationale) instituties, bedrijven en eindgebruikers zelf.

Wat gebeurt er als de systemen van het Havenbedrijf Rotterdam worden gehackt?

Wat gebeurt er als de systemen van het Havenbedrijf Rotterdam worden gehackt?

Daartoe herijkt Van den Berg bestaande theorieën op het gebied van regulering en ICT door ze toe te passen op dit nieuwe domein. Daarnaast evalueert ze bestaande reguleringsstrategieën, bijvoorbeeld de inzet van wet- en regelgeving of het gebruik van economische prikkels, in het licht van opkomende problemen rondom cybersecurity.

Wat is cybersecurity?

Van den Berg doet ten eerste onderzoek naar fundamentele vragen: wat is cybersecurity precies, en hoe groot is het probleem als digitale beveiliging zou worden doorbroken? “We hebben nog veel te weinig zicht op het concept”, vertelt ze. “Dat komt ten eerste omdat de aandachtspunten van spelers van elkaar verschillen.  Particulieren denken bij cybersecurity aan bescherming van bankgegevens. Vraag je het aan politie, dan zullen ze zeggen dat hun cybersecurity zich richt op hackers en terroristen. Vraag je het aan het leger, dan zeggen ze dat het gaat over cyber warfare (oorlogvoering met digitale middelen). Politici denken bij het onderwerp aan privacy-problemen, maar ook aan nationale veiligheid. Daarmee is het voor overheden ook erg moeilijk om te bepalen waarop beleid rond cybersecurity zich moet richten.”

Als Schiphol wordt 'gekraakt' heeft dat grote gevolgen voor de economie en veiligheid van burgers

Als Schiphol wordt 'gekraakt' heeft dat grote gevolgen voor de economie en veiligheid van burgers


Cyber-Pearl Harbor

Naast onduidelijkheid over de definitie is er ook weinig te zeggen over de daadwerkelijke dreiging op gebied van cybersecurity. “Curt Weldon, de voorzitter van één van de subcommissies van het Nationale Veiligheids Committee in de Verenigde Staten zei een paar jaar geleden dat het een kwestie van tijd is voor er (in Amerika) een cyber-Pearl Harbor zou plaatsvinden, maar er is feitelijk nog niets gebeurd. Er zijn geen cyber-aanslagen geweest die op grote schaal tot ontwrichting hebben geleid, 

en we hebben nauwelijks cijfers om te interpreteren.”

Eén van de sectoren waarbinnen cyberincidenten de grootste impact zouden kunnen hebben, zegt Van den Berg, is het domein van zogenaamde kritieke infrastructuren – denk aan havens, elektriciteitscentrales, dijken, vliegvelden etcera. Als onderdelen van die kritieke infrastructuren gekraakt worden kan dat grote consequenties hebben, niet alleen in termen van economische schade, maar ook in termen van de fysieke veiligheid van burgers. Beveiliging van die systemen is niet alleen een kwestie van puur technisch onderhoud, maar ook het in de gaten houden van samenspel tussen gebruikers en technieken. “Hackers kijken naar manieren om systemen te gebruiken voor hun eigen doeleinden, naar manieren om technologische mogelijkheden uit te buiten en technologische onmogelijkheden te omzeilen. Soms wordt een systeem kwetsbaar omdat het ‘per ongeluk’ door mensen op een verkeerde manier gebruikt. Denk aan gebruikers die per ongeluk enorme hoeveelheden gevoelige data delen, of een met malware besmette USB stick in een computer steken waarop bedrijfsgevoelige informatie staat.”

Digitale verkeersborden

Een ander deel van het onderzoek van Van den Berg richt zich op bewustwording van het publiek rond het gebruik van digitale media. “Weet jij wat er precies allemaal gebeurt als je een website opent of een foto uploadt? Veel mensen realiseren zich niet wat ze doen als ze op het internet zitten, terwijl ze zich daarvan wel bewust moeten zijn. Tegelijkertijd hebben organisaties natuurlijk ook een verantwoordelijkheid om het publiek goed te helpen en voor te lichten bij het gebruik van sites. Ik onderzoek hoe burgers het beste geholpen kunnen worden in het internetverkeer, en hoe hun gedrag gereguleerd wordt, zowel met behulp van wettelijke middelen als door middel van digitale verkeersborden en -drempels.”

Wat zijn concrete voorbeeld van zulke digitale drempels? Denk aan de inzet van het filteren en blokkeren van kinderporno op internet. Of het ontoegankelijk maken van peer-to-peer netwerken voor file sharing. Maar ook het instellen van parental controls voor ouders die niet willen dat hun kinderen content te zien krijgen op YouTube waarvoor ze nog te jong zijn. Allemaal maatregelen die ervoor zorgen dat het technisch gezien onmogelijk wordt (of in elk geval heel lastig) om

Een voorbeeld van 'parental control'

Een voorbeeld van 'parental control'

bepaalde gedragingen op internet te vertonen. Dit soort middelen worden grootschalig ingezet, zowel door het bedrijfsleven als door de overheid, zonder dat daarover veel kennis is, laat staan maatschappelijk debat. Bijvoorbeeld over de ethische en juridische grenzen ervan.”

Tekort aan professionals

Samen met experts uit het onderzoeksveld en het bedrijfsleven vormt Bibi van den Berg de Cyber Security Raad, die de overheid adviseert over beleid op het gebied van cyber security. Een recente aanbeveling was het investeren in onderwijs van cyber security. “Nederland heeft maar een handjevol experts die te weinig tijd hebben om mensen op te leiden. Er is een tekort aan docenten, terwijl bedrijven en overheden nu al zitten te springen om professionals die kunnen helpen bij digitale beveiliging.”

Experts

Meer wetenschappers in dit onderzoeksgebied

  • Prof. dr. Edwin Bakker
  • Dr. Bibi van den Berg
  • Drs. Jelle van Buuren
  • Mr.dr. Quirine Eijkman
  • Dr. Elke Devroe
  • Liesbeth van der Heide MA
  • Drs. Constant Hijzen
  • Prof.dr. Joanne van der Leun
  • Mr.dr. Jan-Peter Loof
  • Prof.dr. mr. Erwin Muller
  • Dr. Ruth Prins
  • Bart Schuurman MA
  • Daan Weggemans MSc
  • Prof.dr.mr. Maartje van der Woude
  • Jeanine de Roy van Zuijdewijn MA

Prof. dr. Edwin BakkerHoogleraar Terrorisme en contraterrorisme

Topics: Radicalisering, jihadistisch terrorisme, angst voor terrorisme, terrorismebestrijding

+31 (0)70 800 9506

Dr. Bibi van den BergUniversitair hoofddocent Cybersecurity

Topics: Cybersecurity, regulering van en op internet, privacy & identiteit, techno-regulering & nudging, robotica & kunstmatige intelligentie

+31 (0)71 527 2834

Drs. Jelle van BuurenPromovendus

Topics: Lone Actor Violence & Terrorism, (counter) terrorism, conspiracies, legitimacy & violence, European internal security cooperation, intelligence, protest movements

+31 (0)70 800 9506

Mr.dr. Quirine EijkmanSenior onderzoeker Veiligheid & Rechtsstaat

Topics: Mensenrechten, rechtsstaat, privacy, nationale veiligheid, surveillance

+31 (0)70 800 9573

Dr. Elke DevroeUniversitair Hoofddocent

Topics: Police, plural policing, governance of social disorder, urban crime, incivilities

+31 (0)70 800 9375

Liesbeth van der Heide MAUniversitair docent

Topics: Deradicalisering/reintegratie van terroristen, rol van gevangenissen, impact terreurdreiging en maatregelen, terrorisme-rechtszaken

+31 (0)70 800 9517

Drs. Constant HijzenPromovendus

Topics: Contemporaine geschiedenis (post-1945), inlichtingenstudies, veiligheidscultuur, inlichtingen- en veiligheidsdiensten

+31 (0)70 800 9506

Prof.dr. Joanne van der LeunHoogleraar Criminologie

Topics: Criminaliteitsbeleid, mensenhandel, openbare orde en veiligheid, vreemdelingenbeleid

+31 (0)71 527 7522

Mr.dr. Jan-Peter LoofUniversitair docent

Topics: Wetgeving , godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting, openbare orde & veiligheid, terrorisme, mensenrechten

+31 (0)71 527 7711

Prof.dr. mr. Erwin MullerHoogleraar Veiligheid en recht

Topics: Rechtshandhaving, terrorisme, veiligheidsbeleid

+31 (0)71 527 7364

Dr. Ruth PrinsUniversitair docent

Topics: Burgemeesters, integraal veiligheidsbeleid, (nationale) politie, bestuurlijke aanpak georganiseerde misdaad, crisis management

+31 (0)70 800 9464

Bart Schuurman MAOnderzoeksmedewerker

Topics: Jihadistisch terrorisme, Hofstadgroep, Clausewitziaanse (militaire) theorie, asymmetrische conflicten & 'strong-power defeats'

+31 (0)70 800 9347

Daan Weggemans MScPromovendus

Topics: Radicalisering, deradicalisering, Breivik, frontline workers en extremisme, re-integratie, terrorisme

+31 (0)70 800 9487

Prof.dr.mr. Maartje van der WoudeHoogleraar Rechtssociologie

Topics: Crimmigratie, handhaving en toezicht, openbare orde en veiligheid, strafrechtelijk beleid, terrorismewetgeving

+31 (0)71 527 7552

Jeanine de Roy van Zuijdewijn MAOnderzoeker

Topics: Foreign fighters, lone actor terrorisme, Libië

+31 (0)70 800 9328

Onderwijs

Opleiding in het Nederlandse hart van bestuur en veiligheidsmanagement

De faculteit Governance and Global Affairs biedt een breed scala aan opleidingen op het gebied van (inter)nationale veiligheid en bestuur. De faculteit is gevestigd in Den Haag, het bestuurlijke centrum van Nederland en zetel van het Internationaal Strafhof en meer dan honderd andere internationale instituties en organisaties. Studenten komen regelmatig in aanraking met de praktijk; zo maakt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid tijd vrij om studenten toe te spreken en lopen veel studenten stage bij (non)gouvernementele organisaties in Den Haag. Het onderwijs heeft ook een grote internationale impact; meer dan 100.000 mensen volgden bijvoorbeeld de Massive Online Open Course Terrorism and Counterterrorism en de Masteropleiding Crisis and Security Management trekt veel internationale studenten.

Meer dan 100.000 studenten volgden de MOOC Terrorism and Counterterrorism Meer dan 100.000 studenten volgden de MOOC Terrorism and Counterterrorism

Nieuws & Outreach

Ons onderzoek reikt verder dan de wetenschappelijke wereld alleen. Onze experts geven geregeld commentaar in de media en delen hun kennis online. Ook zijn regelmatig te gast bij congressen en discussiebijeenkomsten die toegankelijk zijn voor het brede publiek.

Nieuws

Agenda